Detailomschrijving feedbackmoment: Retrospective
Korte uitleg
Retrospective is het feedbackmoment waarin de student terugblikt op de afgelopen sprint en reflecteert op aanpak, samenwerking, voortgang en professioneel gedrag. Het moment helpt studenten om expliciet stil te staan bij wat goed ging, wat lastig was, welke feedback relevant is en welke verbeteracties nodig zijn voor een volgende sprint.
Retrospective heeft een ontwikkelingsgerichte functie. Het ondersteunt studenten bij het leren van ervaringen, het zichtbaar maken van hun rol in het proces en het omzetten van reflectie in concrete acties. Tegelijkertijd levert het datapunt informatie op over de ontwikkeling van de student binnen de sprint.
Niet iedere terugblik hoeft te leiden tot vastgelegde feedback in Portflow. Wel wordt per sprint waarin Retrospective onderdeel is van het onderwijs minimaal één relevant feedbackmoment vastgelegd, zodat er over tijd voldoende datapunten ontstaan voor het programmatisch toetsen-portfolio.
Wat komt aan bod
Binnen Retrospective staan vragen centraal zoals:
- Hoe heeft de student gefunctioneerd in de afgelopen sprint?
- Welke afspraken zijn nagekomen en waar ging dat minder goed?
- Welke feedback is ontvangen en wat is daarmee gedaan?
- Hoe verliep de samenwerking met teamleden, docent of andere betrokkenen?
- Welke obstakels of motivatieproblemen speelden een rol?
- Welke concrete verbeteracties neemt de student mee naar de volgende sprint?
Retrospective kan individueel, in teamverband of met een hele klas plaatsvinden. Afhankelijk van de context kan het gaan om een gesprek met docent, peers of team, een individuele zelfevaluatie, een STARR-reflectie of een klassenretro met feedback aan het docententeam.
Mogelijke artefacten
Mogelijke artefacten of input voor Retrospective zijn:
- SB-gesprek aan de hand van zelfportret.
- Planmatige aanpak in project (dagplanning).
- Timesheet.
- Hulpvragen of notities daarover.
- Retrospective (screenshot) en actiepunten.
- Zelfevaluatie of STARR-reflectie.
- Feedbacknotities uit de sprint.
- Overzicht van voortgang, obstakels en verbeteracties.
Niet elk artefact hoeft in elke sprint aanwezig te zijn. De keuze voor artefacten hangt samen met de fase van het semester, het type onderwijs en de manier waarop reflectie en terugblik in de sprint worden vormgegeven.
Leeruitkomsten en succescriteria
Binnen Retrospective ligt de nadruk vooral op leeruitkomsten en succescriteria die te maken hebben met persoonlijk leiderschap en managen en samenwerken. Afhankelijk van de sprint kan Retrospective onder meer raken aan:
- Proactieve rol in leerproces.
- Communiceren over leren.
- Afspraken nakomen.
- Studie plannen en monitoren.
- Zelfmotivatie opbouwen.
- Verantwoordelijkheid nemen.
- Feedback ontvangen en verwerken.
- Reflecteren op handelen.
- Feedback geven/ontvangen.
- Feedback communiceren.
- SCRUM-events toepassen.
In latere sprints kan Retrospective ook nadrukkelijker gaan over het bespreekbaar maken van knelpunten, het analyseren van het eigen handelen en het gezamenlijk formuleren van verbetermaatregelen voor samenwerking en proces.
Praktische werkvormen
Passende werkvormen voor Retrospective zijn bijvoorbeeld:
- Met docent.
- Met peers.
- Met team.
- Individueel.
- Zelfevaluatie.
- STARR reflectie.
- Klassenretro met feedback aan docententeam.
De werkvorm hoeft niet elke sprint hetzelfde te zijn. Juist variatie kan helpen om de retrospective aan te laten sluiten op de ontwikkelbehoefte van de student, de fase van het project en het type samenwerking in de sprint.
Aandachtspunten voor uitvoering
Voor de uitvoering van Retrospective is het belangrijk dat studenten niet alleen terugkijken, maar ook concreet benoemen wat zij geleerd hebben en wat zij anders gaan doen. Dat vraagt om gerichte reflectievragen, ruimte voor eerlijke terugblik en aandacht voor concrete vervolgacties.
Daarnaast is het belangrijk om onderscheid te maken tussen begeleiden en registreren. Studenten kunnen vaker reflecteren of terugblikken dan er feedback in Portflow wordt vastgelegd. Voor het programma is vooral van belang dat per relevante sprint ten minste één betekenisvol Retrospective-datapunt wordt vastgelegd.
Overzicht per sprint
Retrospective Sprint 1
Korte omschrijving
Retrospective 1 is het eerste terugblikmoment binnen de propedeuse. In deze retrospective ligt de nadruk op het opstarten van studiegedrag, het zichtbaar maken van de eerste leerervaringen en het bespreken van hoe de student zich oriënteert op het onderwijs en de eigen aanpak.
Mogelijke artefacten
- SB gesprek aan de hand van zelfportret.
- Planmatige aanpak in project (dagplanning).
Succescriteria per leeruitkomst
Persoonlijk Leiderschap
| Onderwerp | Succescriteria |
|---|---|
| Proactieve rol in leerproces | Je stelt tijdens bijeenkomsten of coaching gerichte vragen over je eigen aanpak. |
| Proactieve rol in leerproces | Je zoekt actief hulp als je vastloopt bij je werk. |
| Proactieve rol in leerproces | Je maakt actief aantekeningen en structureert onderwerpen tijdens instructiemomenten en zelfstudie. |
| Communiceren over leren | Je deelt minstens wekelijks mondeling of schriftelijk je voortgang en vragen met je coach. |
| Communiceren over leren | Je houdt betrokken docenten en teamleden op de hoogte van voortgang en problemen. |
| Afspraken nakomen | Je voldoet aan alle gemaakte afspraken en levert je werk op tijd. |
| Studie plannen en monitoren | Je maakt een dagelijks/wekelijks overzicht van je taken en maakt een planning voor de uitvoering. |
| Studie plannen en monitoren | Je checkt op afwijkingen in de uitvoer en stelt plannen bij waar nodig. |
| Zelfmotivatie opbouwen | Je start taken zelfstandig op. |
| Zelfmotivatie opbouwen | Je overlegt met je coach bij startproblemen en zoekt samen naar oplossingen. |
Geschikte werkvormen
- Individuele retrospective met docent.
- Korte zelfevaluatie als voorbereiding op gesprek.
- Bespreking van dagplanning en eerste studieaanpak.
- Reflectiegesprek aan de hand van zelfportret.
Retrospective Sprint 2
Korte omschrijving
Retrospective 2 richt zich op het expliciteren van studiegedrag en samenwerking in de eerste programmeerfase. De student kijkt terug op voortgang, hulpvragen, motivatie, verantwoordelijkheid en communicatie over het eigen leerproces.
Mogelijke artefacten
- Timesheet.
- Hulp vragen.
Succescriteria per leeruitkomst
Persoonlijk Leiderschap
| Onderwerp | Succescriteria |
|---|---|
| Studie plannen en monitoren | Je maakt een dagelijks/wekelijks overzicht van je taken en maakt een planning voor de uitvoering. |
| Je checkt op afwijkingen in de uitvoer en stelt plannen bij waar nodig. | |
| Communiceren over leren | Je deelt minstens wekelijks mondeling of schriftelijk je voortgang en vragen met je coach. |
| Je houdt betrokken docenten en teamleden op de hoogte van voortgang en problemen. | |
| Proactieve rol in leerproces | Je stelt tijdens bijeenkomsten of coaching gerichte vragen over je eigen aanpak. |
| Je zoekt actief hulp als je vastloopt bij je werk. | |
| Je maakt actief aantekeningen en structureert onderwerpen tijdens instructiemomenten en zelfstudie. | |
| Verantwoordelijkheid nemen | Je pakt toegewezen taken direct op en rondt deze zelfstandig af. |
| Zelfmotivatie opbouwen & doorzetten | Je maakt tegenslagen en motivatieproblemen bespreekbaar in je coaching. |
Geschikte werkvormen
- Individuele retrospective met docent of coach.
- Reflectiegesprek op basis van timesheet.
- Bespreking van hulpvragen en aanpak.
- STARR-reflectie op een concrete leersituatie.
Retrospective Sprint 3, 4 en 5
Korte omschrijving
Retrospective 3, 4 en 5 vormen samen de reflectielijn binnen het projectonderwijs. In deze fase blikken studenten terug op hun bijdrage aan het team, hun omgang met feedback, hun verantwoordelijkheid binnen de sprint en hun vermogen om op basis van reflectie gerichte verbeteracties te formuleren.
Binnen deze retrospective-momenten kan de nadruk per sprint verschillen. In de ene sprint ligt het accent meer op individueel functioneren, in een andere sprint meer op samenwerking, feedbackcultuur of het uitvoeren van afspraken en verbeteracties.
Mogelijke artefacten
- Retrospective (screenshot) en actiepunten.
Succescriteria per leeruitkomst
Persoonlijk Leiderschap
| Onderwerp | Succescriteria |
|---|---|
| Afspraken nakomen | Je voldoet aan alle gemaakte afspraken en levert je werk op tijd. |
| Verantwoordelijkheid nemen | Je pakt toegewezen taken direct op en rondt deze zelfstandig af. |
| Feedback ontvangen en verwerken | Je past ontvangen feedback toe in je volgende taken en benoemt wat je anders doet. |
| Je schrijft mondeling ontvangen feedback op en vraagt je coach of je dit correct hebt gedaan. | |
| Reflecteren op handelen | Je reflecteert zelfstandig op je aanpak, keuzes en uitkomsten. |
Managen & Samenwerken
| Onderwerp | Succescriteria |
|---|---|
| Feedback geven/ontvangen | Je noteert ontvangen feedback bij issues of taken. |
| Je geeft in reviews feedback op product of code van anderen. | |
| Je reageert op feedback door je werk of samenwerking aan te passen. | |
| SCRUM-events toepassen | Je participeert actief in planning/review/retro. |
| Je draagt bij aan de voorbereiding op SCRUM-events. |
Geschikte werkvormen
- Teamretrospective.
- Individuele retrospective met docent.
- Zelfevaluatie met actiepunten.
- STARR-reflectie.
- Klassenretro met feedback aan docententeam.
- Peer retrospective over samenwerking en feedback.