Skip to content
ICT Handboek

Semester 1 BOKSA

1.1: Persoonlijk Leiderschap

Professioneel gedrag

Sub-onderdeel Dat zie je aan Domeinkennis
Afspraken en verantwoordelijkheid (a) Je voldoet aan alle gemaakte afspraken en levert je werk op tijd.
Je pakt toegewezen taken direct op en rondt deze zelfstandig af.
Definition of Done
Sprint backlog
Sprint board
Feedback en coaching (b, d) Je deelt minstens wekelijks je voortgang, vragen en eventuele problemen met je coach en betrokken docenten of teamleden.
Je verwerkt ontvangen feedback in je volgende taken, benoemt wat je anders doet en checkt bij je coach of je de feedback goed hebt begrepen.
Feedup, feedback, feedforward
Veilig en verantwoord werken (f) Je houdt rekening met veiligheidseisen en maakt verantwoorde keuzes tijdens je werk. Sterke wachtwoorden
AVG-wetgeving
Privacy
GenAI (f) Je houdt schritelijk bij wanneer, hoe en waarom je GenAI inzet.
Je reflecteert op de bijdrage van GenAI aan je leerproces.
Hallucinaties
Bias in GenAI-systemen
Verifcatie van GenAI-Output
Beperkingen van GenAI
Plagiaatrisico
Onderwijs en toetsregels AI
Prompting
Kritisch beoordelen output

Zelfregulatie

Sub-onderdeel Dat zie je aan Domeinkennis
Studie plannen en documenteren (c, d, e) Je maakt een dagelijks/wekelijks overzicht van je taken en maakt een planning voor de uitvoering.
Je checkt op afwijkingen in de uitvoer en stelt plannen bij waar nodig.
Je noteert wekelijks je behaalde resultaten, obstakels en concrete stappen bij leerdoelen (inclusief tijdlijn) in het portfolio‑systeem.
Leerdoelen
SMART
Sprintplanning
Chunking
Studieomgeving
Dat zie je aan
Cornell methode[^1]
Timesheet
Leerdoel
SMART
Milestones
Motiveren en doorzetten (a, b) Je start taken zelfstandig op.
Je overlegt met je coach bij startproblemen en zoekt samen naar oplossingen.
Je volhardt bij taken ondanks eerste obstakels en rondt het overgrote deel af.
Growth-mindset
Uitstelgedrag
Beloningsstrategien
Proactief leren (a, b) Je stelt tijdens bijeenkomsten en coaching gerichte vragen over je eigen aanpak.
Je zoekt actief hulp als je vastloopt bij je werk.
Je maakt actief aantekeningen en structureert onderwerpen tijdens instructiemomenten en zelfstudie.
Cognitieve strategieën
Mindmap
Reflecteren (c) Je beantwoordt gegeven reflectievragen over je aanpak en resultaat. Reflectiemodel Korthagen

2.1: Analyseren & Adviseren

Context en communicatie

Sub-onderdeel Dat zie je aan Domeinkennis
Probleemverkenning en stakeholders herkennen (a) Je legt in eigen woorden uit wat het doel van het product is en controleert dit.
Je onderscheidt feiten van aannames en geeft aan wat je nog niet weet.
Je benoemt de belangrijkste stakeholders voor het project en licht toe waarom zij belangrijk zijn.
Probleemanalyse
Doel van product
Scope/afbakening
Feiten vs aannames
Vraagstelling formuleren
Onzekerheid benoemen
Stakeholder, eindgebruiker, opdrachtgever
Stakeholderanalyse
Stakeholder‑ en behoefteanalyse (a, c) Je maakt een overzicht van relevante gebruikers en stakeholders met hun belangrijkste kenmerken.
Je werkt de behoeften, wensen en pijnpunten van een gebruikersgroep uit en gebruikt dit voor ontwerpkeuzes en user stories.
Je houdt rekening met externe eisen (wet‑ en regelgeving, privacy/AVG) en koppelt user stories aan de gevonden behoeften.
Stakeholders, gebruikersgroepen
Behoeften,wensen en pijnpunten van gebruikers
User needs
Doelgroepanalyse
Requirements (eisen en wensen)
User stories
Acceptatiecriteria
Privacy , AVG
Samenwerken met stakeholders (b) Je bereidt interviews, gesprekken en demo-momenten voor en bespreekt ideeën respectvol met betrokkenen.
Je doet behoefteonderzoek door gerichte vragen te stellen aan een groep gebruikers of stakeholders.
Je verifieert bewust aannames bij stakeholders en stelt kritische vragen als iets onduidelijk is.
Stakeholdermanagement
Interviewtechnieken
Actief luisteren
Sprint review
Feiten vs aannames
Impliciete vooronderstellingen
Kritische vragen stellen
Bevindingen en advies communiceren (e, f) Je presenteert je analyse en aanbevelingen mondeling tijdens reviews, ondersteund met passende visualisaties (schetsen, diagrammen, slides).
Je legt in documentatie vast welke feedback je hebt gekregen, welke aanpassingen je hebt gedaan en hoe je dit bijhoudt in je project.
Productfeedback
Iteratief verbeteren
Requirements bijwerken
Versiebeheer
Wijzigingshistorie
Presentatie
Pitch
Reviewmoment
Rapportage
Documentatie

Kwaliteit

Sub-onderdeel Dat zie je aan Domeinkennis
Methodisch werken met TMC (d) Je doorloopt herhaaldelijk denken‑maken‑testen (Think‑Make‑Check) met een eenvoudig prototype.
Je maakt testbare versies (bijv. schets, wireframe of klikdemo) en legt vast wat je in elke stap onderzoekt.
Je maakt een eenvoudig prototype (bijv. papieren schets, wireframe, klikdemo) dat past bij de behoeften van gebruikers.
Think‑Make‑Check (TMC‑proces)
Iteratief ontwikkelen
Gebruiker centraal (user centered design)
Prototype (low/medium fidelity)
Papieren schets, Wireframe/wireflow,
Klikdemo
Testscenario/takenscript
Testen en testresultaten verwerken (d, e) Je test met (pseudo‑)gebruikers, observeert hun gebruik en noteert systematisch testscenario's en resultaten.
Je test een prototype met gebruikers, noteert verbeterpunten en verwerkt deze in een volgende versie.
Je beschrijft je belangrijkste testbevindingen en past deze toe in je ontwerp of product.
Gebruikerstest/guerillatest
Gebruikerstest met prototype
(Pseudo-) gebruiker Observatietest
Think‑aloud
Testnotitie/ testresultaat
Testbevindingen

3.1: Ontwerpen & Realiseren

Product ontwerpen

Sub-onderdeel Dat zie je aan Domeinkennis
Iteratief ontwerpen (g, h) Je verbetert je ontwerp en product iteratief op basis van TMC-feedback.
Je maakt het TMC-proces zichtbaar in de documentatie en mondelinge toelichting.
Think‑Make‑Check (TMC‑proces)
Iteratief ontwerpen
Prototype verbeteren op basis van feedback, Ontwerpbeslissingen vastleggen
Sprint review
Gebruiker centraal (g) Je maakt eenvoudige wireframes en UI die aansluiten bij het gebruikersonderzoek en testresultaten.
Je legt uit hoe inzichten over gebruikers zijn vertaald naar ontwerpkeuzes.
Gebruiker centraal
Gebruikersonderzoek, Scenario's/user flows
Usability
Wireframes (low‑fidelity)
Basis UI‑elementen (navigatie, knoppen, formulieren) Consistent ontwerp
Dataverzameling implementeren (e) Je implementeert een eenvoudige dataverzameling of systeem met basiselementen (tabellen, kolommen, relaties). Primary keys
Foreign keys
Surrogate keys
Structured Query Language (SQL)

Product maken

Sub-onderdeel Dat zie je aan Domeinkennis
Web-technieken toepassen (a) Je past HTML, CSS en basis‑JavaScript toe om een eenvoudige webpagina te maken.
Je legt uit hoe je webpagina is opgebouwd en waarom je deze oplossing hebt gekozen.
HTML/CSS
JavaScript
DOM
Structuur en opmaak van webpagina's
Responsief ontwerp (bijv. flexbox)
Front‑end
Programmeren en structureren (a, d) Je schrijft procedurele code voor een eenvoudig probleem die voldoet aan gegeven eisen.
Je past procedurele principes toe (variabelen, expressies, condities, loops, functies en input/output) in een eenvoudig programma en onderbouwt je keuzes door de werking en logica uit te leggen.
Je bouwt je code overzichtelijk op met modules en functies die één duidelijke taak hebben, en hergebruikt code om duplicatie te voorkomen.
Computerarchitectuur
Computerinstructies
Machinecode en assembly
Programmeertaal
Variabelen en datatypes
Expressies
Operatoren
Conditie‑structuren (if/else)
Loops (for/while)
Functies/procedures Input/output
Modulair programmeren Modules en lagen
Functies met één verantwoordelijkheid (single responsibility)
DRY‑principe (geen duplicaat code)
Herbruikbare functies.
Ontwikkelen en debuggen (a, c, h) Je richt een ontwikkelomgeving in en gebruikt deze consistent.
Je leest foutmeldingen in terminal en browserconsole, én debugt eenvoudige verbindingsproblemen met je hardware (bijvoorbeeld seriële verbinding), onderzoekt de oorzaak of vraagt om hulp.
Je lost met begeleiding bugs op.
Je koppelt invoer en uitvoer van je applicatie aan een eenvoudige relationele database en aan een hardware controller.
Ontwikkelomgeving (IDE)
Projectstructuur
Extensies/plugins
Terminal
Package manager
Startproject
Repository
Commit
Push/pull
Branch
Terminal en browserconsole
Debuggen: fouttypes (compile‑time, runtime), stack trace lezen, logging gebruiken en debugger (breakpoints) inzetten.
Trial‑and‑error
Technische documentatie
Relationele database
SQL‑basis: eenvoudige SELECT, INSERT, UPDATE, DELETE voor één tabel met WHERE‑filters.
Relaties: 1‑op‑veel en vreemde sleutel op hoofdlijnen (zonder geavanceerde normalisatie)
p5.js basis (schets, setup/draw)
WebSerial‑koppeling (conceptueel): seriële poort kiezen, verbinden, data lezen/schrijven
Product opleveren (b, f, h) Je levert een interactieve webapp (eventueel in combinatie met een stuk hardware) die voldoet aan de gestelde eisen.
Je kunt toelichten hoe eisen en acceptatiecriteria, inclusief relevante security‑aspecten, zijn geïmplementeerd in je code en waarom je bepaalde keuzes hebt gemaakt.
Basisproduct/ minimale werkende versie (MVP)
Webapplicatie
Hosting versie/'release'
Definition of Done
Testen voor oplevering.
OWASP

4.1: Managen & Samenwerken

Intern (versiebeheer)

Sub-onderdeel Dat zie je aan Domeinkennis
Git gebruiken (a) Je maakt regelmatig commits op de main branch.
Je kunt merge-conflicten onder begeleiding oplossen.
Git‑begrippen: repository, remote, branch, main, commit, merge
Basiscommando's: git add, commit, push, pull, merge, status
Merge‑conflict: oorzaak, conflictaanduidingen (\<\<\<\<\<\<\<, =======, >>>>>>>), conflicten oplossen
Commit-messages schrijven (a) Je schrijft korte, beschrijvende commit-berichten. Commit message
Logische commits
Consistente schrijfstijl, Koppeling aan issue/story‑nummer

Professioneel samenwerken & kwaliteitsbesef

Sub-onderdeel Dat zie je aan Domeinkennis
SCRUM-events toepassen (b, c) Je participeert actief in planning/review/retro.
Je draagt bij aan de voorbereiding op SCRUM-events.
Scrum events
Sprint
Sprint planning
Daily scrum/stand‑up
Sprint review
Sprint retrospective
Plannen van werk Afstemmen voortgang en blockers
Demo en feedback (review)
Leren en verbeter-afspraken maken (retro)
Werk verdelen met user stories (b, c) Je pakt toegewezen werk op en stemt taken af met team.
Je wijst jezelf toe aan user stories en houdt tijdens je werk het sprint board up-to-date.
Je werkt aan user stories volgens de Definition of Done, markeert ze als "done" en verwerkt feedback uit issues waar nodig.
Scrum/Sprint board (to do -- doing -- verify -- done)
User stories
Verplaatsen op het bord.
Product & sprint backlog
User story
Taken bij user story, Definition of Done
"Done" markeren
Issues met feedback: Comments van teamgenoten Verbeteracties uitvoeren Terugkoppelen op het issue
Feedback geven/ontvangen (d, e) Je geeft en ontvangt eenvoudige feedback tijdens events.
Je noteert feedback op issues en tijdens retrospectives.
Standup
Sprint Review
Retrospective
Feedback geven in issues
Eenvoudige feedbackmodellen
Kwaliteit bewaken (d, e) Je checkt je eigen werk aan de hand van de Definition of Done en acceptatiecriteria en meldt issues als werk niet voldoet.
Je deelt complimenten en concrete verbeterpunten tijdens code reviews en verwerkt deze in verbeteracties.
Definition of Done (DoD)
Acceptatiecriteria per user story
Beschrijving van probleem, Verwijzen naar user story/commit
Complimenten (wat gaat goed)
Concrete verbeterpunten
Review‑comments

[^1]: In domeinkennis worden soms specifieke methodes en technieken genoemd. Deze zullen in de loop van tijd veranderen, maar aankomend semester is hier onderwijs op ingericht. Het is belangrijk dat studenten weten wat deze methode en technieken betekenen en hoe ze hiermee werken.

[^2]: Deze security‑begrippen zijn bedoeld als kennismaking: studenten kunnen globaal uitleggen wat ze betekenen en waarom ze relevant zijn, maar hoeven de volledige frameworkdetails nog niet te beheersen in de propedeuse.

Eigenaar Michiel
Teameigenaar Product owner propedeuse

Deze pagina is voor het laatst bewerkt op .

Recente bewerkingen · bekijk de recente bewerkingen
  • · bbba3da
    @@ -0,0 +1,85 @@+---+team_owner_meta_data: "Product owner propedeuse"+name_owner_meta_data: "Michiel"+---++# Semester 1 BOKSA++## 1.1: Persoonlijk Leiderschap++### Professioneel gedrag++| **Sub-onderdeel** | **Dat zie je aan** | **Domeinkennis** |+| --- | --- | --- |+| Afspraken en verantwoordelijkheid (a) | Je voldoet aan alle gemaakte afspraken en levert je werk op tijd.<br>Je pakt toegewezen taken direct op en rondt deze zelfstandig af. | Definition of Done<br>Sprint backlog<br>Sprint board |+| Feedback en coaching (b, d) | Je deelt minstens wekelijks je voortgang, vragen en eventuele problemen met je coach en betrokken docenten of teamleden.<br>Je verwerkt ontvangen feedback in je volgende taken, benoemt wat je anders doet en checkt bij je coach of je de feedback goed hebt begrepen. | Feedup, feedback, feedforward |+| Veilig en verantwoord werken (f) | Je houdt rekening met veiligheidseisen en maakt verantwoorde keuzes tijdens je werk. | Sterke wachtwoorden<br>AVG-wetgeving<br>Privacy |+| GenAI (f) | Je houdt schritelijk bij wanneer, hoe en waarom je GenAI inzet.<br>Je reflecteert op de bijdrage van GenAI aan je leerproces. | Hallucinaties<br>Bias in GenAI-systemen<br>Verifcatie van GenAI-Output<br>Beperkingen van GenAI<br>Plagiaatrisico<br>Onderwijs en toetsregels AI<br>Prompting<br>Kritisch beoordelen output |++### Zelfregulatie++| **Sub-onderdeel** | **Dat zie je aan** | **Domeinkennis** |+| --- | --- | --- |+| Studie plannen en documenteren (c, d, e) | Je maakt een dagelijks/wekelijks overzicht van je taken en maakt een planning voor de uitvoering.<br>Je checkt op afwijkingen in de uitvoer en stelt plannen bij waar nodig.<br>Je noteert wekelijks je behaalde resultaten, obstakels en concrete stappen bij leerdoelen (inclusief tijdlijn) in het portfolio‑systeem. | Leerdoelen<br>SMART<br>Sprintplanning<br>Chunking<br>Studieomgeving<br>Dat zie je aan<br>Cornell methode[^1]<br>Timesheet<br>Leerdoel<br>SMART<br>Milestones |+| Motiveren en doorzetten (a, b) | Je start taken zelfstandig op.<br>Je overlegt met je coach bij startproblemen en zoekt samen naar oplossingen.<br>Je volhardt bij taken ondanks eerste obstakels en rondt het overgrote deel af. | Growth-mindset<br>Uitstelgedrag<br>Beloningsstrategien |+| Proactief leren (a, b) | Je stelt tijdens bijeenkomsten en coaching gerichte vragen over je eigen aanpak.<br>Je zoekt actief hulp als je vastloopt bij je werk.<br>Je maakt actief aantekeningen en structureert onderwerpen tijdens instructiemomenten en zelfstudie. | Cognitieve strategieën<br>Mindmap |+| Reflecteren (c) | Je beantwoordt gegeven reflectievragen over je aanpak en resultaat. | Reflectiemodel Korthagen |++## 2.1: Analyseren & Adviseren++### Context en communicatie++| **Sub-onderdeel** | **Dat zie je aan** | **Domeinkennis** |+| --- | --- | --- |+| Probleemverkenning en stakeholders herkennen (a) | Je legt in eigen woorden uit wat het doel van het product is en controleert dit.<br>Je onderscheidt feiten van aannames en geeft aan wat je nog niet weet.<br>Je benoemt de belangrijkste stakeholders voor het project en licht toe waarom zij belangrijk zijn. | Probleemanalyse<br>Doel van product<br>Scope/afbakening<br>Feiten vs aannames<br>Vraagstelling formuleren<br>Onzekerheid benoemen<br>Stakeholder, eindgebruiker, opdrachtgever<br>Stakeholderanalyse |+| Stakeholder‑ en behoefteanalyse (a, c) | Je maakt een overzicht van relevante gebruikers en stakeholders met hun belangrijkste kenmerken.<br>Je werkt de behoeften, wensen en pijnpunten van een gebruikersgroep uit en gebruikt dit voor ontwerpkeuzes en user stories.<br>Je houdt rekening met externe eisen (wet‑ en regelgeving, privacy/AVG) en koppelt user stories aan de gevonden behoeften. | Stakeholders, gebruikersgroepen<br>Behoeften,wensen en pijnpunten van gebruikers<br>User needs<br>Doelgroepanalyse<br>Requirements (eisen en wensen)<br>User stories<br>Acceptatiecriteria<br>Privacy , AVG |+| Samenwerken met stakeholders (b) | Je bereidt interviews, gesprekken en demo-momenten voor en bespreekt ideeën respectvol met betrokkenen.<br>Je doet behoefteonderzoek door gerichte vragen te stellen aan een groep gebruikers of stakeholders.<br>Je verifieert bewust aannames bij stakeholders en stelt kritische vragen als iets onduidelijk is. | Stakeholdermanagement<br>Interviewtechnieken<br>Actief luisteren<br>Sprint review<br>Feiten vs aannames<br>Impliciete vooronderstellingen<br>Kritische vragen stellen |+| Bevindingen en advies communiceren (e, f) | Je presenteert je analyse en aanbevelingen mondeling tijdens reviews, ondersteund met passende visualisaties (schetsen, diagrammen, slides).<br>Je legt in documentatie vast welke feedback je hebt gekregen, welke aanpassingen je hebt gedaan en hoe je dit bijhoudt in je project. | Productfeedback<br>Iteratief verbeteren<br>Requirements bijwerken<br>Versiebeheer<br>Wijzigingshistorie<br>Presentatie<br>Pitch<br>Reviewmoment<br>Rapportage<br>Documentatie |++### Kwaliteit++| **Sub-onderdeel** | **Dat zie je aan** | **Domeinkennis** |+| --- | --- | --- |+| Methodisch werken met TMC (d) | Je doorloopt herhaaldelijk denken‑maken‑testen (Think‑Make‑Check) met een eenvoudig prototype.<br>Je maakt testbare versies (bijv. schets, wireframe of klikdemo) en legt vast wat je in elke stap onderzoekt.<br>Je maakt een eenvoudig prototype (bijv. papieren schets, wireframe, klikdemo) dat past bij de behoeften van gebruikers. | Think‑Make‑Check (TMC‑proces)<br>Iteratief ontwikkelen<br>Gebruiker centraal (user centered design)<br>Prototype (low/medium fidelity)<br>Papieren schets, Wireframe/wireflow,<br>Klikdemo<br>Testscenario/takenscript |+| Testen en testresultaten verwerken (d, e) | Je test met (pseudo‑)gebruikers, observeert hun gebruik en noteert systematisch testscenario's en resultaten.<br>Je test een prototype met gebruikers, noteert verbeterpunten en verwerkt deze in een volgende versie.<br>Je beschrijft je belangrijkste testbevindingen en past deze toe in je ontwerp of product. | Gebruikerstest/guerillatest<br>Gebruikerstest met prototype<br>(Pseudo-) gebruiker Observatietest<br>Think‑aloud<br>Testnotitie/ testresultaat<br>Testbevindingen |++## 3.1: Ontwerpen & Realiseren++### Product ontwerpen++| **Sub-onderdeel** | **Dat zie je aan** | **Domeinkennis** |+| --- | --- | --- |+| Iteratief ontwerpen (g, h) | Je verbetert je ontwerp en product iteratief op basis van TMC-feedback.<br>Je maakt het TMC-proces zichtbaar in de documentatie en mondelinge toelichting. | Think‑Make‑Check (TMC‑proces)<br>Iteratief ontwerpen<br>Prototype verbeteren op basis van feedback, Ontwerpbeslissingen vastleggen<br>Sprint review |+| Gebruiker centraal (g) | Je maakt eenvoudige wireframes en UI die aansluiten bij het gebruikersonderzoek en testresultaten.<br>Je legt uit hoe inzichten over gebruikers zijn vertaald naar ontwerpkeuzes. | Gebruiker centraal<br>Gebruikersonderzoek, Scenario's/user flows<br>Usability<br>Wireframes (low‑fidelity)<br>Basis UI‑elementen (navigatie, knoppen, formulieren) Consistent ontwerp |+| Dataverzameling implementeren (e) | Je implementeert een eenvoudige dataverzameling of systeem met basiselementen (tabellen, kolommen, relaties). | Primary keys<br>Foreign keys<br>Surrogate keys<br>Structured Query Language (SQL) |++#### Product maken++| **Sub-onderdeel** | **Dat zie je aan** | **Domeinkennis** |+| --- | --- | --- |+| Web-technieken toepassen (a) | Je past HTML, CSS en basis‑JavaScript toe om een eenvoudige webpagina te maken.<br>Je legt uit hoe je webpagina is opgebouwd en waarom je deze oplossing hebt gekozen. | HTML/CSS<br>JavaScript<br>DOM<br>Structuur en opmaak van webpagina's<br>Responsief ontwerp (bijv. flexbox)<br>Front‑end |+| Programmeren en structureren (a, d) | Je schrijft procedurele code voor een eenvoudig probleem die voldoet aan gegeven eisen.<br>Je past procedurele principes toe (variabelen, expressies, condities, loops, functies en input/output) in een eenvoudig programma en onderbouwt je keuzes door de werking en logica uit te leggen.<br>Je bouwt je code overzichtelijk op met modules en functies die één duidelijke taak hebben, en hergebruikt code om duplicatie te voorkomen. | Computerarchitectuur<br>Computerinstructies<br>Machinecode en assembly<br>Programmeertaal<br>Variabelen en datatypes<br>Expressies<br>Operatoren<br>Conditie‑structuren (if/else)<br>Loops (for/while)<br>Functies/procedures Input/output<br>Modulair programmeren Modules en lagen<br>Functies met één verantwoordelijkheid (single responsibility)<br>DRY‑principe (geen duplicaat code)<br>Herbruikbare functies. |+| Ontwikkelen en debuggen (a, c, h) | Je richt een ontwikkelomgeving in en gebruikt deze consistent.<br>Je leest foutmeldingen in terminal en browserconsole, én debugt eenvoudige verbindingsproblemen met je hardware (bijvoorbeeld seriële verbinding), onderzoekt de oorzaak of vraagt om hulp.<br>Je lost met begeleiding bugs op.<br>Je koppelt invoer en uitvoer van je applicatie aan een eenvoudige relationele database en aan een hardware controller. | Ontwikkelomgeving (IDE)<br>Projectstructuur<br>Extensies/plugins<br>Terminal<br>Package manager<br>Startproject<br>Repository<br>Commit<br>Push/pull<br>Branch<br>Terminal en browserconsole<br>Debuggen: fouttypes (compile‑time, runtime), stack trace lezen, logging gebruiken en debugger (breakpoints) inzetten.<br>Trial‑and‑error<br>Technische documentatie<br>Relationele database<br>SQL‑basis: eenvoudige SELECT, INSERT, UPDATE, DELETE voor één tabel met WHERE‑filters.<br>Relaties: 1‑op‑veel en vreemde sleutel op hoofdlijnen (zonder geavanceerde normalisatie)<br>p5.js basis (schets, setup/draw)<br>WebSerial‑koppeling (conceptueel): seriële poort kiezen, verbinden, data lezen/schrijven |+| Product opleveren (b, f, h) | Je levert een interactieve webapp (eventueel in combinatie met een stuk hardware) die voldoet aan de gestelde eisen.<br>Je kunt toelichten hoe eisen en acceptatiecriteria, inclusief relevante security‑aspecten, zijn geïmplementeerd in je code en waarom je bepaalde keuzes hebt gemaakt. | Basisproduct/ minimale werkende versie (MVP)<br>Webapplicatie<br>Hosting versie/'release'<br>Definition of Done<br>Testen voor oplevering.<br>OWASP |++## 4.1: Managen & Samenwerken++### Intern (versiebeheer)++| **Sub-onderdeel** | **Dat zie je aan** | **Domeinkennis** |+| --- | --- | --- |+| Git gebruiken (a) | Je maakt regelmatig commits op de main branch.<br>Je kunt merge-conflicten onder begeleiding oplossen. | Git‑begrippen: repository, remote, branch, main, commit, merge<br>Basiscommando's: git add, commit, push, pull, merge, status<br>Merge‑conflict: oorzaak, conflictaanduidingen (\<\<\<\<\<\<\<, =======, \>\>\>\>\>\>\>), conflicten oplossen |+| Commit-messages schrijven (a) | Je schrijft korte, beschrijvende commit-berichten. | Commit message<br>Logische commits<br>Consistente schrijfstijl, Koppeling aan issue/story‑nummer |++### Professioneel samenwerken & kwaliteitsbesef++| **Sub-onderdeel** | **Dat zie je aan** | **Domeinkennis** |+| --- | --- | --- |+| SCRUM-events toepassen (b, c) | Je participeert actief in planning/review/retro.<br>Je draagt bij aan de voorbereiding op SCRUM-events. | Scrum events<br>Sprint<br>Sprint planning<br>Daily scrum/stand‑up<br>Sprint review<br>Sprint retrospective<br>Plannen van werk Afstemmen voortgang en blockers<br>Demo en feedback (review)<br>Leren en verbeter-afspraken maken (retro) |+| Werk verdelen met user stories (b, c) | Je pakt toegewezen werk op en stemt taken af met team.<br>Je wijst jezelf toe aan user stories en houdt tijdens je werk het sprint board up-to-date.<br>Je werkt aan user stories volgens de Definition of Done, markeert ze als "done" en verwerkt feedback uit issues waar nodig. | Scrum/Sprint board (to do -- doing -- verify -- done)<br>User stories<br>Verplaatsen op het bord.<br>Product & sprint backlog<br>User story<br>Taken bij user story, Definition of Done<br>"Done" markeren<br>Issues met feedback: Comments van teamgenoten Verbeteracties uitvoeren Terugkoppelen op het issue |+| Feedback geven/ontvangen (d, e) | Je geeft en ontvangt eenvoudige feedback tijdens events.<br>Je noteert feedback op issues en tijdens retrospectives. | Standup<br>Sprint Review<br>Retrospective<br>Feedback geven in issues<br>Eenvoudige feedbackmodellen |+| Kwaliteit bewaken (d, e) | Je checkt je eigen werk aan de hand van de Definition of Done en acceptatiecriteria en meldt issues als werk niet voldoet.<br>Je deelt complimenten en concrete verbeterpunten tijdens code reviews en verwerkt deze in verbeteracties. | Definition of Done (DoD)<br>Acceptatiecriteria per user story<br>Beschrijving van probleem, Verwijzen naar user story/commit<br>Complimenten (wat gaat goed)<br>Concrete verbeterpunten<br>Review‑comments |++[^1]: In domeinkennis worden soms specifieke methodes en technieken genoemd. Deze zullen in de loop van tijd veranderen, maar aankomend semester is hier onderwijs op ingericht. Het is belangrijk dat studenten weten wat deze methode en technieken betekenen en hoe ze hiermee werken.++[^2]: Deze security‑begrippen zijn bedoeld als kennismaking: studenten kunnen globaal uitleggen wat ze betekenen en waarom ze relevant zijn, maar hoeven de volledige frameworkdetails nog niet te beheersen in de propedeuse.
  • · 5ffaab8
    @@ -1,85 +0,0 @@-team_owner_meta_data: "Product owner propedeuse"-name_owner_meta_data: "Michiel"--# Semester 1 BOKSA--## 1.1: Persoonlijk Leiderschap--### Professioneel gedrag--| **Sub-onderdeel** | **Dat zie je aan** | **Domeinkennis** |-| --- | --- | --- |-| Afspraken en verantwoordelijkheid (a) | Je voldoet aan alle gemaakte afspraken en levert je werk op tijd.<br>Je pakt toegewezen taken direct op en rondt deze zelfstandig af. | Definition of Done<br>Sprint backlog<br>Sprint board |-| Feedback en coaching (b, d) | Je deelt minstens wekelijks je voortgang, vragen en eventuele problemen met je coach en betrokken docenten of teamleden.<br>Je verwerkt ontvangen feedback in je volgende taken, benoemt wat je anders doet en checkt bij je coach of je de feedback goed hebt begrepen. | Feedup, feedback, feedforward |-| Veilig en verantwoord werken (f) | Je houdt rekening met veiligheidseisen en maakt verantwoorde keuzes tijdens je werk. | Sterke wachtwoorden<br>AVG-wetgeving<br>Privacy |-| GenAI (f) | Je houdt schritelijk bij wanneer, hoe en waarom je GenAI inzet.<br>Je reflecteert op de bijdrage van GenAI aan je leerproces. | Hallucinaties<br>Bias in GenAI-systemen<br>Verifcatie van GenAI-Output<br>Beperkingen van GenAI<br>Plagiaatrisico<br>Onderwijs en toetsregels AI<br>Prompting<br>Kritisch beoordelen output |--### Zelfregulatie--| **Sub-onderdeel** | **Dat zie je aan** | **Domeinkennis** |-| --- | --- | --- |-| Studie plannen en documenteren (c, d, e) | Je maakt een dagelijks/wekelijks overzicht van je taken en maakt een planning voor de uitvoering.<br>Je checkt op afwijkingen in de uitvoer en stelt plannen bij waar nodig.<br>Je noteert wekelijks je behaalde resultaten, obstakels en concrete stappen bij leerdoelen (inclusief tijdlijn) in het portfolio‑systeem. | Leerdoelen<br>SMART<br>Sprintplanning<br>Chunking<br>Studieomgeving<br>Dat zie je aan<br>Cornell methode[^1]<br>Timesheet<br>Leerdoel<br>SMART<br>Milestones |-| Motiveren en doorzetten (a, b) | Je start taken zelfstandig op.<br>Je overlegt met je coach bij startproblemen en zoekt samen naar oplossingen.<br>Je volhardt bij taken ondanks eerste obstakels en rondt het overgrote deel af. | Growth-mindset<br>Uitstelgedrag<br>Beloningsstrategien |-| Proactief leren (a, b) | Je stelt tijdens bijeenkomsten en coaching gerichte vragen over je eigen aanpak.<br>Je zoekt actief hulp als je vastloopt bij je werk.<br>Je maakt actief aantekeningen en structureert onderwerpen tijdens instructiemomenten en zelfstudie. | Cognitieve strategieën<br>Mindmap |-| Reflecteren (c) | Je beantwoordt gegeven reflectievragen over je aanpak en resultaat. | Reflectiemodel Korthagen |--## 2.1: Analyseren & Adviseren--### Context en communicatie--| **Sub-onderdeel** | **Dat zie je aan** | **Domeinkennis** |-| --- | --- | --- |-| Probleemverkenning en stakeholders herkennen (a) | Je legt in eigen woorden uit wat het doel van het product is en controleert dit.<br>Je onderscheidt feiten van aannames en geeft aan wat je nog niet weet.<br>Je benoemt de belangrijkste stakeholders voor het project en licht toe waarom zij belangrijk zijn. | Probleemanalyse<br>Doel van product<br>Scope/afbakening<br>Feiten vs aannames<br>Vraagstelling formuleren<br>Onzekerheid benoemen<br>Stakeholder, eindgebruiker, opdrachtgever<br>Stakeholderanalyse |-| Stakeholder‑ en behoefteanalyse (a, c) | Je maakt een overzicht van relevante gebruikers en stakeholders met hun belangrijkste kenmerken.<br>Je werkt de behoeften, wensen en pijnpunten van een gebruikersgroep uit en gebruikt dit voor ontwerpkeuzes en user stories.<br>Je houdt rekening met externe eisen (wet‑ en regelgeving, privacy/AVG) en koppelt user stories aan de gevonden behoeften. | Stakeholders, gebruikersgroepen<br>Behoeften,wensen en pijnpunten van gebruikers<br>User needs<br>Doelgroepanalyse<br>Requirements (eisen en wensen)<br>User stories<br>Acceptatiecriteria<br>Privacy , AVG |-| Samenwerken met stakeholders (b) | Je bereidt interviews, gesprekken en demo-momenten voor en bespreekt ideeën respectvol met betrokkenen.<br>Je doet behoefteonderzoek door gerichte vragen te stellen aan een groep gebruikers of stakeholders.<br>Je verifieert bewust aannames bij stakeholders en stelt kritische vragen als iets onduidelijk is. | Stakeholdermanagement<br>Interviewtechnieken<br>Actief luisteren<br>Sprint review<br>Feiten vs aannames<br>Impliciete vooronderstellingen<br>Kritische vragen stellen |-| Bevindingen en advies communiceren (e, f) | Je presenteert je analyse en aanbevelingen mondeling tijdens reviews, ondersteund met passende visualisaties (schetsen, diagrammen, slides).<br>Je legt in documentatie vast welke feedback je hebt gekregen, welke aanpassingen je hebt gedaan en hoe je dit bijhoudt in je project. | Productfeedback<br>Iteratief verbeteren<br>Requirements bijwerken<br>Versiebeheer<br>Wijzigingshistorie<br>Presentatie<br>Pitch<br>Reviewmoment<br>Rapportage<br>Documentatie |--### Kwaliteit--| **Sub-onderdeel** | **Dat zie je aan** | **Domeinkennis** |-| --- | --- | --- |-| Methodisch werken met TMC (d) | Je doorloopt herhaaldelijk denken‑maken‑testen (Think‑Make‑Check) met een eenvoudig prototype.<br>Je maakt testbare versies (bijv. schets, wireframe of klikdemo) en legt vast wat je in elke stap onderzoekt.<br>Je maakt een eenvoudig prototype (bijv. papieren schets, wireframe, klikdemo) dat past bij de behoeften van gebruikers. | Think‑Make‑Check (TMC‑proces)<br>Iteratief ontwikkelen<br>Gebruiker centraal (user centered design)<br>Prototype (low/medium fidelity)<br>Papieren schets, Wireframe/wireflow,<br>Klikdemo<br>Testscenario/takenscript |-| Testen en testresultaten verwerken (d, e) | Je test met (pseudo‑)gebruikers, observeert hun gebruik en noteert systematisch testscenario's en resultaten.<br>Je test een prototype met gebruikers, noteert verbeterpunten en verwerkt deze in een volgende versie.<br>Je beschrijft je belangrijkste testbevindingen en past deze toe in je ontwerp of product. | Gebruikerstest/guerillatest<br>Gebruikerstest met prototype<br>(Pseudo-) gebruiker Observatietest<br>Think‑aloud<br>Testnotitie/ testresultaat<br>Testbevindingen |--## 3.1: Ontwerpen & Realiseren--### Product ontwerpen--| **Sub-onderdeel** | **Dat zie je aan** | **Domeinkennis** |-| --- | --- | --- |-| Iteratief ontwerpen (g, h) | Je verbetert je ontwerp en product iteratief op basis van TMC-feedback.<br>Je maakt het TMC-proces zichtbaar in de documentatie en mondelinge toelichting. | Think‑Make‑Check (TMC‑proces)<br>Iteratief ontwerpen<br>Prototype verbeteren op basis van feedback, Ontwerpbeslissingen vastleggen<br>Sprint review |-| Gebruiker centraal (g) | Je maakt eenvoudige wireframes en UI die aansluiten bij het gebruikersonderzoek en testresultaten.<br>Je legt uit hoe inzichten over gebruikers zijn vertaald naar ontwerpkeuzes. | Gebruiker centraal<br>Gebruikersonderzoek, Scenario's/user flows<br>Usability<br>Wireframes (low‑fidelity)<br>Basis UI‑elementen (navigatie, knoppen, formulieren) Consistent ontwerp |-| Dataverzameling implementeren (e) | Je implementeert een eenvoudige dataverzameling of systeem met basiselementen (tabellen, kolommen, relaties). | Primary keys<br>Foreign keys<br>Surrogate keys<br>Structured Query Language (SQL) |--#### Product maken--| **Sub-onderdeel** | **Dat zie je aan** | **Domeinkennis** |-| --- | --- | --- |-| Web-technieken toepassen (a) | Je past HTML, CSS en basis‑JavaScript toe om een eenvoudige webpagina te maken.<br>Je legt uit hoe je webpagina is opgebouwd en waarom je deze oplossing hebt gekozen. | HTML/CSS<br>JavaScript<br>DOM<br>Structuur en opmaak van webpagina's<br>Responsief ontwerp (bijv. flexbox)<br>Front‑end |-| Programmeren en structureren (a, d) | Je schrijft procedurele code voor een eenvoudig probleem die voldoet aan gegeven eisen.<br>Je past procedurele principes toe (variabelen, expressies, condities, loops, functies en input/output) in een eenvoudig programma en onderbouwt je keuzes door de werking en logica uit te leggen.<br>Je bouwt je code overzichtelijk op met modules en functies die één duidelijke taak hebben, en hergebruikt code om duplicatie te voorkomen. | Computerarchitectuur<br>Computerinstructies<br>Machinecode en assembly<br>Programmeertaal<br>Variabelen en datatypes<br>Expressies<br>Operatoren<br>Conditie‑structuren (if/else)<br>Loops (for/while)<br>Functies/procedures Input/output<br>Modulair programmeren Modules en lagen<br>Functies met één verantwoordelijkheid (single responsibility)<br>DRY‑principe (geen duplicaat code)<br>Herbruikbare functies. |-| Ontwikkelen en debuggen (a, c, h) | Je richt een ontwikkelomgeving in en gebruikt deze consistent.<br>Je leest foutmeldingen in terminal en browserconsole, én debugt eenvoudige verbindingsproblemen met je hardware (bijvoorbeeld seriële verbinding), onderzoekt de oorzaak of vraagt om hulp.<br>Je lost met begeleiding bugs op.<br>Je koppelt invoer en uitvoer van je applicatie aan een eenvoudige relationele database en aan een hardware controller. | Ontwikkelomgeving (IDE)<br>Projectstructuur<br>Extensies/plugins<br>Terminal<br>Package manager<br>Startproject<br>Repository<br>Commit<br>Push/pull<br>Branch<br>Terminal en browserconsole<br>Debuggen: fouttypes (compile‑time, runtime), stack trace lezen, logging gebruiken en debugger (breakpoints) inzetten.<br>Trial‑and‑error<br>Technische documentatie<br>Relationele database<br>SQL‑basis: eenvoudige SELECT, INSERT, UPDATE, DELETE voor één tabel met WHERE‑filters.<br>Relaties: 1‑op‑veel en vreemde sleutel op hoofdlijnen (zonder geavanceerde normalisatie)<br>p5.js basis (schets, setup/draw)<br>WebSerial‑koppeling (conceptueel): seriële poort kiezen, verbinden, data lezen/schrijven |-| Product opleveren (b, f, h) | Je levert een interactieve webapp (eventueel in combinatie met een stuk hardware) die voldoet aan de gestelde eisen.<br>Je kunt toelichten hoe eisen en acceptatiecriteria, inclusief relevante security‑aspecten, zijn geïmplementeerd in je code en waarom je bepaalde keuzes hebt gemaakt. | Basisproduct/ minimale werkende versie (MVP)<br>Webapplicatie<br>Hosting versie/'release'<br>Definition of Done<br>Testen voor oplevering.<br>OWASP |--## 4.1: Managen & Samenwerken--### Intern (versiebeheer)--| **Sub-onderdeel** | **Dat zie je aan** | **Domeinkennis** |-| --- | --- | --- |-| Git gebruiken (a) | Je maakt regelmatig commits op de main branch.<br>Je kunt merge-conflicten onder begeleiding oplossen. | Git‑begrippen: repository, remote, branch, main, commit, merge<br>Basiscommando's: git add, commit, push, pull, merge, status<br>Merge‑conflict: oorzaak, conflictaanduidingen (\<\<\<\<\<\<\<, =======, \>\>\>\>\>\>\>), conflicten oplossen |-| Commit-messages schrijven (a) | Je schrijft korte, beschrijvende commit-berichten. | Commit message<br>Logische commits<br>Consistente schrijfstijl, Koppeling aan issue/story‑nummer |--### Professioneel samenwerken & kwaliteitsbesef--| **Sub-onderdeel** | **Dat zie je aan** | **Domeinkennis** |-| --- | --- | --- |-| SCRUM-events toepassen (b, c) | Je participeert actief in planning/review/retro.<br>Je draagt bij aan de voorbereiding op SCRUM-events. | Scrum events<br>Sprint<br>Sprint planning<br>Daily scrum/stand‑up<br>Sprint review<br>Sprint retrospective<br>Plannen van werk Afstemmen voortgang en blockers<br>Demo en feedback (review)<br>Leren en verbeter-afspraken maken (retro) |-| Werk verdelen met user stories (b, c) | Je pakt toegewezen werk op en stemt taken af met team.<br>Je wijst jezelf toe aan user stories en houdt tijdens je werk het sprint board up-to-date.<br>Je werkt aan user stories volgens de Definition of Done, markeert ze als "done" en verwerkt feedback uit issues waar nodig. | Scrum/Sprint board (to do -- doing -- verify -- done)<br>User stories<br>Verplaatsen op het bord.<br>Product & sprint backlog<br>User story<br>Taken bij user story, Definition of Done<br>"Done" markeren<br>Issues met feedback: Comments van teamgenoten Verbeteracties uitvoeren Terugkoppelen op het issue |-| Feedback geven/ontvangen (d, e) | Je geeft en ontvangt eenvoudige feedback tijdens events.<br>Je noteert feedback op issues en tijdens retrospectives. | Standup<br>Sprint Review<br>Retrospective<br>Feedback geven in issues<br>Eenvoudige feedbackmodellen |-| Kwaliteit bewaken (d, e) | Je checkt je eigen werk aan de hand van de Definition of Done en acceptatiecriteria en meldt issues als werk niet voldoet.<br>Je deelt complimenten en concrete verbeterpunten tijdens code reviews en verwerkt deze in verbeteracties. | Definition of Done (DoD)<br>Acceptatiecriteria per user story<br>Beschrijving van probleem, Verwijzen naar user story/commit<br>Complimenten (wat gaat goed)<br>Concrete verbeterpunten<br>Review‑comments |--[^1]: In domeinkennis worden soms specifieke methodes en technieken genoemd. Deze zullen in de loop van tijd veranderen, maar aankomend semester is hier onderwijs op ingericht. Het is belangrijk dat studenten weten wat deze methode en technieken betekenen en hoe ze hiermee werken.--[^2]: Deze security‑begrippen zijn bedoeld als kennismaking: studenten kunnen globaal uitleggen wat ze betekenen en waarom ze relevant zijn, maar hoeven de volledige frameworkdetails nog niet te beheersen in de propedeuse.
  • · 108a608
    RELEASE 10-7 v2
  • · 79b5065
    RELEASE 10-7 v1
  • · a804bac
    @@ -46,17 +46,17 @@ name_owner_meta_data: "Michiel" ## 3.1: Ontwerpen & Realiseren ### Product ontwerpen | **Sub-onderdeel** | **Dat zie je aan** | **Domeinkennis** | | --- | --- | --- | | Iteratief ontwerpen (g, h) | Je verbetert je ontwerp en product iteratief op basis van TMC-feedback.<br>Je maakt het TMC-proces zichtbaar in de documentatie en mondelinge toelichting. | Think‑Make‑Check (TMC‑proces)<br>Iteratief ontwerpen<br>Prototype verbeteren op basis van feedback, Ontwerpbeslissingen vastleggen<br>Sprint review | | Gebruiker centraal (g) | Je maakt eenvoudige wireframes en UI die aansluiten bij het gebruikersonderzoek en testresultaten.<br>Je legt uit hoe inzichten over gebruikers zijn vertaald naar ontwerpkeuzes. | Gebruiker centraal<br>Gebruikersonderzoek, Scenario's/user flows<br>Usability<br>Wireframes (low‑fidelity)<br>Basis UI‑elementen (navigatie, knoppen, formulieren) Consistent ontwerp |-| Modelleren toepassen (e) | Je modelleert een eenvoudige dataverzameling of systeem met basis ERD-elementen (entiteiten, attributen, relaties). | Entity‑Relationship Diagram (ERD)<br>Fysiek Db Diagram (EERD)<br>Entiteiten<br>Attributen<br>Relaties<br>Instanties<br>Cardinaliteit (1‑op‑1, 1‑op‑veel, veel‑op‑veel) |+| Dataverzameling implementeren (e) | Je implementeert een eenvoudige dataverzameling of systeem met basiselementen (tabellen, kolommen, relaties). | Primary keys<br>Foreign keys<br>Surrogate keys<br>Structured Query Language (SQL) | #### Product maken | **Sub-onderdeel** | **Dat zie je aan** | **Domeinkennis** | | --- | --- | --- | | Web-technieken toepassen (a) | Je past HTML, CSS en basis‑JavaScript toe om een eenvoudige webpagina te maken.<br>Je legt uit hoe je webpagina is opgebouwd en waarom je deze oplossing hebt gekozen. | HTML/CSS<br>JavaScript<br>DOM<br>Structuur en opmaak van webpagina's<br>Responsief ontwerp (bijv. flexbox)<br>Front‑end | | Programmeren en structureren (a, d) | Je schrijft procedurele code voor een eenvoudig probleem die voldoet aan gegeven eisen.<br>Je past procedurele principes toe (variabelen, expressies, condities, loops, functies en input/output) in een eenvoudig programma en onderbouwt je keuzes door de werking en logica uit te leggen.<br>Je bouwt je code overzichtelijk op met modules en functies die één duidelijke taak hebben, en hergebruikt code om duplicatie te voorkomen. | Computerarchitectuur<br>Computerinstructies<br>Machinecode en assembly<br>Programmeertaal<br>Variabelen en datatypes<br>Expressies<br>Operatoren<br>Conditie‑structuren (if/else)<br>Loops (for/while)<br>Functies/procedures Input/output<br>Modulair programmeren Modules en lagen<br>Functies met één verantwoordelijkheid (single responsibility)<br>DRY‑principe (geen duplicaat code)<br>Herbruikbare functies. | | Ontwikkelen en debuggen (a, c, h) | Je richt een ontwikkelomgeving in en gebruikt deze consistent.<br>Je leest foutmeldingen in terminal en browserconsole, én debugt eenvoudige verbindingsproblemen met je hardware (bijvoorbeeld seriële verbinding), onderzoekt de oorzaak of vraagt om hulp.<br>Je lost met begeleiding bugs op.<br>Je koppelt invoer en uitvoer van je applicatie aan een eenvoudige relationele database en aan een hardware controller. | Ontwikkelomgeving (IDE)<br>Projectstructuur<br>Extensies/plugins<br>Terminal<br>Package manager<br>Startproject<br>Repository<br>Commit<br>Push/pull<br>Branch<br>Terminal en browserconsole<br>Debuggen: fouttypes (compile‑time, runtime), stack trace lezen, logging gebruiken en debugger (breakpoints) inzetten.<br>Trial‑and‑error<br>Technische documentatie<br>Relationele database<br>SQL‑basis: eenvoudige SELECT, INSERT, UPDATE, DELETE voor één tabel met WHERE‑filters.<br>Relaties: 1‑op‑veel en vreemde sleutel op hoofdlijnen (zonder geavanceerde normalisatie)<br>p5.js basis (schets, setup/draw)<br>WebSerial‑koppeling (conceptueel): seriële poort kiezen, verbinden, data lezen/schrijven |