Achtergrond toetsing¶
De basis voor toetsing is een programmatische aanpak: je toont regelmatig je ontwikkeling, prestaties en leergedrag, waarop je feedback krijgt. Probeersels, half-af werk en fouten maken horen daarbij; alles in één keer goed bestaat niet.
Ons onderwijs draait om feedback tijdens het werken, niet om toetsing achteraf. Goede feedback vertelt je 1) waar je nu staat, 2) ten opzichte van het beoogde eindniveau, en 3) hoe je dat niveau bereikt (ook wel feedback, feed-up en feedforward genoemd). Feedback komt van medestudenten en/of docenten, mondeling en/of schriftelijk, en gaat soms gepaard met een waardering of (zelden) een geautomatiseerd cijfer. Welke datapunten gewaardeerd worden, staat in de onderwijsplanning.
Je bent zelf verantwoordelijk voor het noteren van en reflecteren op ontvangen feedback. Eén waardering zegt nog niets definitiefs: één lagere waardering betekent niet dat je zakt, en één goede waardering betekent niet dat je iets al voldoende hebt aangetoond. Met name bij het tonen van professioneel gedrag zegt een eenmalige waardering nog weinig.
Om je zicht te geven op je voortgang richting het eindniveau, zijn er voortgangsevaluatie. Op zulke momenten krijg je waarderingen; geen beoordeling. Waarderingen vertellen je waar je staat op dat moment. Een goede waardering tijdens een voortgangsevaluatie geeft aan de je goed bezig bent en betekent ook dat je er nog niet bent. Verwacht wordt dat je tot het einde actief blijft deelnemen en progressie blijft tonen. Omdat het draait om jouw ontwikkeling, kun je datapunten niet herkansen. In overleg met je docent is aanvullend werk om te compenseren vaak wel mogelijk. Pas bij de eindbeoordeling, aan het eind van het semester, word je daadwerkelijk beoordeeld en krijg je een cijfer. De basis voor het beoordelen zijn de waarderingen die je hebt gekregen tijdens de voortgangs- en eindevaluatie en de feedback die je daarbij hebt gekregen. Is je eindcijfer onvoldoende en is wat nog mist beperkt, dan krijg je de ruimte om te repareren. Je toont tijdens de reparatieperiode alsnog aan dat je aan de leeruitkomsten voldoet. Sommige zaken zijn lastiger te repareren, met name professioneel gedrag. Denk bijvoorbeeld aan persoonlijk leiderschap en managen en samenwerken. Mis je nog te veel, dan moet je het gehele onderwijs herkansen, opnieuw volgen in een volgend semester. Repareren is dus niet hetzelfde als herkansen.