Je voldoet aan alle gemaakte afspraken en levert je werk op tijd. Je pakt toegewezen taken direct op en rondt deze zelfstandig af.
Definition of Done Sprint backlog Sprint board
Feedback en coaching (b, d)
Je deelt minstens wekelijks je voortgang, vragen en eventuele problemen met je coach en betrokken docenten of teamleden. Je verwerkt ontvangen feedback in je volgende taken, benoemt wat je anders doet en checkt bij je coach of je de feedback goed hebt begrepen.
Feedup, feedback, feedforward
Veilig en verantwoord werken (f)
Je houdt rekening met veiligheidseisen en maakt verantwoorde keuzes tijdens je werk.
Sterke wachtwoorden AVG-wetgeving Privacy
GenAI (f)
Je houdt schritelijk bij wanneer, hoe en waarom je GenAI inzet. Je reflecteert op de bijdrage van GenAI aan je leerproces.
Hallucinaties Bias in GenAI-systemen Verifcatie van GenAI-Output Beperkingen van GenAI Plagiaatrisico Onderwijs en toetsregels AI Prompting Kritisch beoordelen output
Je maakt een dagelijks/wekelijks overzicht van je taken en maakt een planning voor de uitvoering. Je checkt op afwijkingen in de uitvoer en stelt plannen bij waar nodig. Je noteert wekelijks je behaalde resultaten, obstakels en concrete stappen bij leerdoelen (inclusief tijdlijn) in het portfolio‑systeem.
Leerdoelen SMART Sprintplanning Chunking Studieomgeving Dat zie je aan Cornell methode[^1] Timesheet Leerdoel SMART Milestones
Motiveren en doorzetten (a, b)
Je start taken zelfstandig op. Je overlegt met je coach bij startproblemen en zoekt samen naar oplossingen. Je volhardt bij taken ondanks eerste obstakels en rondt het overgrote deel af.
Growth-mindset Uitstelgedrag Beloningsstrategien
Proactief leren (a, b)
Je stelt tijdens bijeenkomsten en coaching gerichte vragen over je eigen aanpak. Je zoekt actief hulp als je vastloopt bij je werk. Je maakt actief aantekeningen en structureert onderwerpen tijdens instructiemomenten en zelfstudie.
Cognitieve strategieën Mindmap
Reflecteren (c)
Je beantwoordt gegeven reflectievragen over je aanpak en resultaat.
Je legt in eigen woorden uit wat het doel van het product is en controleert dit. Je onderscheidt feiten van aannames en geeft aan wat je nog niet weet. Je benoemt de belangrijkste stakeholders voor het project en licht toe waarom zij belangrijk zijn.
Probleemanalyse Doel van product Scope/afbakening Feiten vs aannames Vraagstelling formuleren Onzekerheid benoemen Stakeholder, eindgebruiker, opdrachtgever Stakeholderanalyse
Stakeholder‑ en behoefteanalyse (a, c)
Je maakt een overzicht van relevante gebruikers en stakeholders met hun belangrijkste kenmerken. Je werkt de behoeften, wensen en pijnpunten van een gebruikersgroep uit en gebruikt dit voor ontwerpkeuzes en user stories. Je houdt rekening met externe eisen (wet‑ en regelgeving, privacy/AVG) en koppelt user stories aan de gevonden behoeften.
Stakeholders, gebruikersgroepen Behoeften,wensen en pijnpunten van gebruikers User needs Doelgroepanalyse Requirements (eisen en wensen) User stories Acceptatiecriteria Privacy , AVG
Samenwerken met stakeholders (b)
Je bereidt interviews, gesprekken en demo-momenten voor en bespreekt ideeën respectvol met betrokkenen. Je doet behoefteonderzoek door gerichte vragen te stellen aan een groep gebruikers of stakeholders. Je verifieert bewust aannames bij stakeholders en stelt kritische vragen als iets onduidelijk is.
Je presenteert je analyse en aanbevelingen mondeling tijdens reviews, ondersteund met passende visualisaties (schetsen, diagrammen, slides). Je legt in documentatie vast welke feedback je hebt gekregen, welke aanpassingen je hebt gedaan en hoe je dit bijhoudt in je project.
Je doorloopt herhaaldelijk denken‑maken‑testen (Think‑Make‑Check) met een eenvoudig prototype. Je maakt testbare versies (bijv. schets, wireframe of klikdemo) en legt vast wat je in elke stap onderzoekt. Je maakt een eenvoudig prototype (bijv. papieren schets, wireframe, klikdemo) dat past bij de behoeften van gebruikers.
Je test met (pseudo‑)gebruikers, observeert hun gebruik en noteert systematisch testscenario's en resultaten. Je test een prototype met gebruikers, noteert verbeterpunten en verwerkt deze in een volgende versie. Je beschrijft je belangrijkste testbevindingen en past deze toe in je ontwerp of product.
Je verbetert je ontwerp en product iteratief op basis van TMC-feedback. Je maakt het TMC-proces zichtbaar in de documentatie en mondelinge toelichting.
Think‑Make‑Check (TMC‑proces) Iteratief ontwerpen Prototype verbeteren op basis van feedback, Ontwerpbeslissingen vastleggen Sprint review
Gebruiker centraal (g)
Je maakt eenvoudige wireframes en UI die aansluiten bij het gebruikersonderzoek en testresultaten. Je legt uit hoe inzichten over gebruikers zijn vertaald naar ontwerpkeuzes.
Je past HTML, CSS en basis‑JavaScript toe om een eenvoudige webpagina te maken. Je legt uit hoe je webpagina is opgebouwd en waarom je deze oplossing hebt gekozen.
HTML/CSS JavaScript DOM Structuur en opmaak van webpagina's Responsief ontwerp (bijv. flexbox) Front‑end
Programmeren en structureren (a, d)
Je schrijft procedurele code voor een eenvoudig probleem die voldoet aan gegeven eisen. Je past procedurele principes toe (variabelen, expressies, condities, loops, functies en input/output) in een eenvoudig programma en onderbouwt je keuzes door de werking en logica uit te leggen. Je bouwt je code overzichtelijk op met modules en functies die één duidelijke taak hebben, en hergebruikt code om duplicatie te voorkomen.
Computerarchitectuur Computerinstructies Machinecode en assembly Programmeertaal Variabelen en datatypes Expressies Operatoren Conditie‑structuren (if/else) Loops (for/while) Functies/procedures Input/output Modulair programmeren Modules en lagen Functies met één verantwoordelijkheid (single responsibility) DRY‑principe (geen duplicaat code) Herbruikbare functies.
Ontwikkelen en debuggen (a, c, h)
Je richt een ontwikkelomgeving in en gebruikt deze consistent. Je leest foutmeldingen in terminal en browserconsole, én debugt eenvoudige verbindingsproblemen met je hardware (bijvoorbeeld seriële verbinding), onderzoekt de oorzaak of vraagt om hulp. Je lost met begeleiding bugs op. Je koppelt invoer en uitvoer van je applicatie aan een eenvoudige relationele database en aan een hardware controller.
Ontwikkelomgeving (IDE) Projectstructuur Extensies/plugins Terminal Package manager Startproject Repository Commit Push/pull Branch Terminal en browserconsole Debuggen: fouttypes (compile‑time, runtime), stack trace lezen, logging gebruiken en debugger (breakpoints) inzetten. Trial‑and‑error Technische documentatie Relationele database SQL‑basis: eenvoudige SELECT, INSERT, UPDATE, DELETE voor één tabel met WHERE‑filters. Relaties: 1‑op‑veel en vreemde sleutel op hoofdlijnen (zonder geavanceerde normalisatie) p5.js basis (schets, setup/draw) WebSerial‑koppeling (conceptueel): seriële poort kiezen, verbinden, data lezen/schrijven
Product opleveren (b, f, h)
Je levert een interactieve webapp (eventueel in combinatie met een stuk hardware) die voldoet aan de gestelde eisen. Je kunt toelichten hoe eisen en acceptatiecriteria, inclusief relevante security‑aspecten, zijn geïmplementeerd in je code en waarom je bepaalde keuzes hebt gemaakt.
Basisproduct/ minimale werkende versie (MVP) Webapplicatie Hosting versie/'release' Definition of Done Testen voor oplevering. OWASP
Je participeert actief in planning/review/retro. Je draagt bij aan de voorbereiding op SCRUM-events.
Scrum events Sprint Sprint planning Daily scrum/stand‑up Sprint review Sprint retrospective Plannen van werk Afstemmen voortgang en blockers Demo en feedback (review) Leren en verbeter-afspraken maken (retro)
Werk verdelen met user stories (b, c)
Je pakt toegewezen werk op en stemt taken af met team. Je wijst jezelf toe aan user stories en houdt tijdens je werk het sprint board up-to-date. Je werkt aan user stories volgens de Definition of Done, markeert ze als "done" en verwerkt feedback uit issues waar nodig.
Scrum/Sprint board (to do -- doing -- verify -- done) User stories Verplaatsen op het bord. Product & sprint backlog User story Taken bij user story, Definition of Done "Done" markeren Issues met feedback: Comments van teamgenoten Verbeteracties uitvoeren Terugkoppelen op het issue
Feedback geven/ontvangen (d, e)
Je geeft en ontvangt eenvoudige feedback tijdens events. Je noteert feedback op issues en tijdens retrospectives.
Standup Sprint Review Retrospective Feedback geven in issues Eenvoudige feedbackmodellen
Kwaliteit bewaken (d, e)
Je checkt je eigen werk aan de hand van de Definition of Done en acceptatiecriteria en meldt issues als werk niet voldoet. Je deelt complimenten en concrete verbeterpunten tijdens code reviews en verwerkt deze in verbeteracties.
Definition of Done (DoD) Acceptatiecriteria per user story Beschrijving van probleem, Verwijzen naar user story/commit Complimenten (wat gaat goed) Concrete verbeterpunten Review‑comments
[^1]: In domeinkennis worden soms specifieke methodes en technieken genoemd. Deze zullen in de loop van tijd veranderen, maar aankomend semester is hier onderwijs op ingericht. Het is belangrijk dat studenten weten wat deze methode en technieken betekenen en hoe ze hiermee werken.
[^2]: Deze security‑begrippen zijn bedoeld als kennismaking: studenten kunnen globaal uitleggen wat ze betekenen en waarom ze relevant zijn, maar hoeven de volledige frameworkdetails nog niet te beheersen in de propedeuse.
EigenaarMichiel
TeameigenaarProduct owner propedeuse
Deze pagina is voor het laatst bewerkt op
.
Recente bewerkingen
· bekijk de recente bewerkingen
@@ -0,0 +1,85 @@+---+team_owner_meta_data: "Product owner propedeuse"+name_owner_meta_data: "Michiel"+---++# Semester 1 BOKSA++## 1.1: Persoonlijk Leiderschap++### Professioneel gedrag++| **Sub-onderdeel** | **Dat zie je aan** | **Domeinkennis** |+| --- | --- | --- |+| Afspraken en verantwoordelijkheid (a) | Je voldoet aan alle gemaakte afspraken en levert je werk op tijd.<br>Je pakt toegewezen taken direct op en rondt deze zelfstandig af. | Definition of Done<br>Sprint backlog<br>Sprint board |+| Feedback en coaching (b, d) | Je deelt minstens wekelijks je voortgang, vragen en eventuele problemen met je coach en betrokken docenten of teamleden.<br>Je verwerkt ontvangen feedback in je volgende taken, benoemt wat je anders doet en checkt bij je coach of je de feedback goed hebt begrepen. | Feedup, feedback, feedforward |+| Veilig en verantwoord werken (f) | Je houdt rekening met veiligheidseisen en maakt verantwoorde keuzes tijdens je werk. | Sterke wachtwoorden<br>AVG-wetgeving<br>Privacy |+| GenAI (f) | Je houdt schritelijk bij wanneer, hoe en waarom je GenAI inzet.<br>Je reflecteert op de bijdrage van GenAI aan je leerproces. | Hallucinaties<br>Bias in GenAI-systemen<br>Verifcatie van GenAI-Output<br>Beperkingen van GenAI<br>Plagiaatrisico<br>Onderwijs en toetsregels AI<br>Prompting<br>Kritisch beoordelen output |++### Zelfregulatie++| **Sub-onderdeel** | **Dat zie je aan** | **Domeinkennis** |+| --- | --- | --- |+| Studie plannen en documenteren (c, d, e) | Je maakt een dagelijks/wekelijks overzicht van je taken en maakt een planning voor de uitvoering.<br>Je checkt op afwijkingen in de uitvoer en stelt plannen bij waar nodig.<br>Je noteert wekelijks je behaalde resultaten, obstakels en concrete stappen bij leerdoelen (inclusief tijdlijn) in het portfolio‑systeem. | Leerdoelen<br>SMART<br>Sprintplanning<br>Chunking<br>Studieomgeving<br>Dat zie je aan<br>Cornell methode[^1]<br>Timesheet<br>Leerdoel<br>SMART<br>Milestones |+| Motiveren en doorzetten (a, b) | Je start taken zelfstandig op.<br>Je overlegt met je coach bij startproblemen en zoekt samen naar oplossingen.<br>Je volhardt bij taken ondanks eerste obstakels en rondt het overgrote deel af. | Growth-mindset<br>Uitstelgedrag<br>Beloningsstrategien |+| Proactief leren (a, b) | Je stelt tijdens bijeenkomsten en coaching gerichte vragen over je eigen aanpak.<br>Je zoekt actief hulp als je vastloopt bij je werk.<br>Je maakt actief aantekeningen en structureert onderwerpen tijdens instructiemomenten en zelfstudie. | Cognitieve strategieën<br>Mindmap |+| Reflecteren (c) | Je beantwoordt gegeven reflectievragen over je aanpak en resultaat. | Reflectiemodel Korthagen |++## 2.1: Analyseren & Adviseren++### Context en communicatie++| **Sub-onderdeel** | **Dat zie je aan** | **Domeinkennis** |+| --- | --- | --- |+| Probleemverkenning en stakeholders herkennen (a) | Je legt in eigen woorden uit wat het doel van het product is en controleert dit.<br>Je onderscheidt feiten van aannames en geeft aan wat je nog niet weet.<br>Je benoemt de belangrijkste stakeholders voor het project en licht toe waarom zij belangrijk zijn. | Probleemanalyse<br>Doel van product<br>Scope/afbakening<br>Feiten vs aannames<br>Vraagstelling formuleren<br>Onzekerheid benoemen<br>Stakeholder, eindgebruiker, opdrachtgever<br>Stakeholderanalyse |+| Stakeholder‑ en behoefteanalyse (a, c) | Je maakt een overzicht van relevante gebruikers en stakeholders met hun belangrijkste kenmerken.<br>Je werkt de behoeften, wensen en pijnpunten van een gebruikersgroep uit en gebruikt dit voor ontwerpkeuzes en user stories.<br>Je houdt rekening met externe eisen (wet‑ en regelgeving, privacy/AVG) en koppelt user stories aan de gevonden behoeften. | Stakeholders, gebruikersgroepen<br>Behoeften,wensen en pijnpunten van gebruikers<br>User needs<br>Doelgroepanalyse<br>Requirements (eisen en wensen)<br>User stories<br>Acceptatiecriteria<br>Privacy , AVG |+| Samenwerken met stakeholders (b) | Je bereidt interviews, gesprekken en demo-momenten voor en bespreekt ideeën respectvol met betrokkenen.<br>Je doet behoefteonderzoek door gerichte vragen te stellen aan een groep gebruikers of stakeholders.<br>Je verifieert bewust aannames bij stakeholders en stelt kritische vragen als iets onduidelijk is. | Stakeholdermanagement<br>Interviewtechnieken<br>Actief luisteren<br>Sprint review<br>Feiten vs aannames<br>Impliciete vooronderstellingen<br>Kritische vragen stellen |+| Bevindingen en advies communiceren (e, f) | Je presenteert je analyse en aanbevelingen mondeling tijdens reviews, ondersteund met passende visualisaties (schetsen, diagrammen, slides).<br>Je legt in documentatie vast welke feedback je hebt gekregen, welke aanpassingen je hebt gedaan en hoe je dit bijhoudt in je project. | Productfeedback<br>Iteratief verbeteren<br>Requirements bijwerken<br>Versiebeheer<br>Wijzigingshistorie<br>Presentatie<br>Pitch<br>Reviewmoment<br>Rapportage<br>Documentatie |++### Kwaliteit++| **Sub-onderdeel** | **Dat zie je aan** | **Domeinkennis** |+| --- | --- | --- |+| Methodisch werken met TMC (d) | Je doorloopt herhaaldelijk denken‑maken‑testen (Think‑Make‑Check) met een eenvoudig prototype.<br>Je maakt testbare versies (bijv. schets, wireframe of klikdemo) en legt vast wat je in elke stap onderzoekt.<br>Je maakt een eenvoudig prototype (bijv. papieren schets, wireframe, klikdemo) dat past bij de behoeften van gebruikers. | Think‑Make‑Check (TMC‑proces)<br>Iteratief ontwikkelen<br>Gebruiker centraal (user centered design)<br>Prototype (low/medium fidelity)<br>Papieren schets, Wireframe/wireflow,<br>Klikdemo<br>Testscenario/takenscript |+| Testen en testresultaten verwerken (d, e) | Je test met (pseudo‑)gebruikers, observeert hun gebruik en noteert systematisch testscenario's en resultaten.<br>Je test een prototype met gebruikers, noteert verbeterpunten en verwerkt deze in een volgende versie.<br>Je beschrijft je belangrijkste testbevindingen en past deze toe in je ontwerp of product. | Gebruikerstest/guerillatest<br>Gebruikerstest met prototype<br>(Pseudo-) gebruiker Observatietest<br>Think‑aloud<br>Testnotitie/ testresultaat<br>Testbevindingen |++## 3.1: Ontwerpen & Realiseren++### Product ontwerpen++| **Sub-onderdeel** | **Dat zie je aan** | **Domeinkennis** |+| --- | --- | --- |+| Iteratief ontwerpen (g, h) | Je verbetert je ontwerp en product iteratief op basis van TMC-feedback.<br>Je maakt het TMC-proces zichtbaar in de documentatie en mondelinge toelichting. | Think‑Make‑Check (TMC‑proces)<br>Iteratief ontwerpen<br>Prototype verbeteren op basis van feedback, Ontwerpbeslissingen vastleggen<br>Sprint review |+| Gebruiker centraal (g) | Je maakt eenvoudige wireframes en UI die aansluiten bij het gebruikersonderzoek en testresultaten.<br>Je legt uit hoe inzichten over gebruikers zijn vertaald naar ontwerpkeuzes. | Gebruiker centraal<br>Gebruikersonderzoek, Scenario's/user flows<br>Usability<br>Wireframes (low‑fidelity)<br>Basis UI‑elementen (navigatie, knoppen, formulieren) Consistent ontwerp |+| Dataverzameling implementeren (e) | Je implementeert een eenvoudige dataverzameling of systeem met basiselementen (tabellen, kolommen, relaties). | Primary keys<br>Foreign keys<br>Surrogate keys<br>Structured Query Language (SQL) |++#### Product maken++| **Sub-onderdeel** | **Dat zie je aan** | **Domeinkennis** |+| --- | --- | --- |+| Web-technieken toepassen (a) | Je past HTML, CSS en basis‑JavaScript toe om een eenvoudige webpagina te maken.<br>Je legt uit hoe je webpagina is opgebouwd en waarom je deze oplossing hebt gekozen. | HTML/CSS<br>JavaScript<br>DOM<br>Structuur en opmaak van webpagina's<br>Responsief ontwerp (bijv. flexbox)<br>Front‑end |+| Programmeren en structureren (a, d) | Je schrijft procedurele code voor een eenvoudig probleem die voldoet aan gegeven eisen.<br>Je past procedurele principes toe (variabelen, expressies, condities, loops, functies en input/output) in een eenvoudig programma en onderbouwt je keuzes door de werking en logica uit te leggen.<br>Je bouwt je code overzichtelijk op met modules en functies die één duidelijke taak hebben, en hergebruikt code om duplicatie te voorkomen. | Computerarchitectuur<br>Computerinstructies<br>Machinecode en assembly<br>Programmeertaal<br>Variabelen en datatypes<br>Expressies<br>Operatoren<br>Conditie‑structuren (if/else)<br>Loops (for/while)<br>Functies/procedures Input/output<br>Modulair programmeren Modules en lagen<br>Functies met één verantwoordelijkheid (single responsibility)<br>DRY‑principe (geen duplicaat code)<br>Herbruikbare functies. |+| Ontwikkelen en debuggen (a, c, h) | Je richt een ontwikkelomgeving in en gebruikt deze consistent.<br>Je leest foutmeldingen in terminal en browserconsole, én debugt eenvoudige verbindingsproblemen met je hardware (bijvoorbeeld seriële verbinding), onderzoekt de oorzaak of vraagt om hulp.<br>Je lost met begeleiding bugs op.<br>Je koppelt invoer en uitvoer van je applicatie aan een eenvoudige relationele database en aan een hardware controller. | Ontwikkelomgeving (IDE)<br>Projectstructuur<br>Extensies/plugins<br>Terminal<br>Package manager<br>Startproject<br>Repository<br>Commit<br>Push/pull<br>Branch<br>Terminal en browserconsole<br>Debuggen: fouttypes (compile‑time, runtime), stack trace lezen, logging gebruiken en debugger (breakpoints) inzetten.<br>Trial‑and‑error<br>Technische documentatie<br>Relationele database<br>SQL‑basis: eenvoudige SELECT, INSERT, UPDATE, DELETE voor één tabel met WHERE‑filters.<br>Relaties: 1‑op‑veel en vreemde sleutel op hoofdlijnen (zonder geavanceerde normalisatie)<br>p5.js basis (schets, setup/draw)<br>WebSerial‑koppeling (conceptueel): seriële poort kiezen, verbinden, data lezen/schrijven |+| Product opleveren (b, f, h) | Je levert een interactieve webapp (eventueel in combinatie met een stuk hardware) die voldoet aan de gestelde eisen.<br>Je kunt toelichten hoe eisen en acceptatiecriteria, inclusief relevante security‑aspecten, zijn geïmplementeerd in je code en waarom je bepaalde keuzes hebt gemaakt. | Basisproduct/ minimale werkende versie (MVP)<br>Webapplicatie<br>Hosting versie/'release'<br>Definition of Done<br>Testen voor oplevering.<br>OWASP |++## 4.1: Managen & Samenwerken++### Intern (versiebeheer)++| **Sub-onderdeel** | **Dat zie je aan** | **Domeinkennis** |+| --- | --- | --- |+| Git gebruiken (a) | Je maakt regelmatig commits op de main branch.<br>Je kunt merge-conflicten onder begeleiding oplossen. | Git‑begrippen: repository, remote, branch, main, commit, merge<br>Basiscommando's: git add, commit, push, pull, merge, status<br>Merge‑conflict: oorzaak, conflictaanduidingen (\<\<\<\<\<\<\<, =======, \>\>\>\>\>\>\>), conflicten oplossen |+| Commit-messages schrijven (a) | Je schrijft korte, beschrijvende commit-berichten. | Commit message<br>Logische commits<br>Consistente schrijfstijl, Koppeling aan issue/story‑nummer |++### Professioneel samenwerken & kwaliteitsbesef++| **Sub-onderdeel** | **Dat zie je aan** | **Domeinkennis** |+| --- | --- | --- |+| SCRUM-events toepassen (b, c) | Je participeert actief in planning/review/retro.<br>Je draagt bij aan de voorbereiding op SCRUM-events. | Scrum events<br>Sprint<br>Sprint planning<br>Daily scrum/stand‑up<br>Sprint review<br>Sprint retrospective<br>Plannen van werk Afstemmen voortgang en blockers<br>Demo en feedback (review)<br>Leren en verbeter-afspraken maken (retro) |+| Werk verdelen met user stories (b, c) | Je pakt toegewezen werk op en stemt taken af met team.<br>Je wijst jezelf toe aan user stories en houdt tijdens je werk het sprint board up-to-date.<br>Je werkt aan user stories volgens de Definition of Done, markeert ze als "done" en verwerkt feedback uit issues waar nodig. | Scrum/Sprint board (to do -- doing -- verify -- done)<br>User stories<br>Verplaatsen op het bord.<br>Product & sprint backlog<br>User story<br>Taken bij user story, Definition of Done<br>"Done" markeren<br>Issues met feedback: Comments van teamgenoten Verbeteracties uitvoeren Terugkoppelen op het issue |+| Feedback geven/ontvangen (d, e) | Je geeft en ontvangt eenvoudige feedback tijdens events.<br>Je noteert feedback op issues en tijdens retrospectives. | Standup<br>Sprint Review<br>Retrospective<br>Feedback geven in issues<br>Eenvoudige feedbackmodellen |+| Kwaliteit bewaken (d, e) | Je checkt je eigen werk aan de hand van de Definition of Done en acceptatiecriteria en meldt issues als werk niet voldoet.<br>Je deelt complimenten en concrete verbeterpunten tijdens code reviews en verwerkt deze in verbeteracties. | Definition of Done (DoD)<br>Acceptatiecriteria per user story<br>Beschrijving van probleem, Verwijzen naar user story/commit<br>Complimenten (wat gaat goed)<br>Concrete verbeterpunten<br>Review‑comments |++[^1]: In domeinkennis worden soms specifieke methodes en technieken genoemd. Deze zullen in de loop van tijd veranderen, maar aankomend semester is hier onderwijs op ingericht. Het is belangrijk dat studenten weten wat deze methode en technieken betekenen en hoe ze hiermee werken.++[^2]: Deze security‑begrippen zijn bedoeld als kennismaking: studenten kunnen globaal uitleggen wat ze betekenen en waarom ze relevant zijn, maar hoeven de volledige frameworkdetails nog niet te beheersen in de propedeuse.
@@ -1,85 +0,0 @@-team_owner_meta_data: "Product owner propedeuse"-name_owner_meta_data: "Michiel"--# Semester 1 BOKSA--## 1.1: Persoonlijk Leiderschap--### Professioneel gedrag--| **Sub-onderdeel** | **Dat zie je aan** | **Domeinkennis** |-| --- | --- | --- |-| Afspraken en verantwoordelijkheid (a) | Je voldoet aan alle gemaakte afspraken en levert je werk op tijd.<br>Je pakt toegewezen taken direct op en rondt deze zelfstandig af. | Definition of Done<br>Sprint backlog<br>Sprint board |-| Feedback en coaching (b, d) | Je deelt minstens wekelijks je voortgang, vragen en eventuele problemen met je coach en betrokken docenten of teamleden.<br>Je verwerkt ontvangen feedback in je volgende taken, benoemt wat je anders doet en checkt bij je coach of je de feedback goed hebt begrepen. | Feedup, feedback, feedforward |-| Veilig en verantwoord werken (f) | Je houdt rekening met veiligheidseisen en maakt verantwoorde keuzes tijdens je werk. | Sterke wachtwoorden<br>AVG-wetgeving<br>Privacy |-| GenAI (f) | Je houdt schritelijk bij wanneer, hoe en waarom je GenAI inzet.<br>Je reflecteert op de bijdrage van GenAI aan je leerproces. | Hallucinaties<br>Bias in GenAI-systemen<br>Verifcatie van GenAI-Output<br>Beperkingen van GenAI<br>Plagiaatrisico<br>Onderwijs en toetsregels AI<br>Prompting<br>Kritisch beoordelen output |--### Zelfregulatie--| **Sub-onderdeel** | **Dat zie je aan** | **Domeinkennis** |-| --- | --- | --- |-| Studie plannen en documenteren (c, d, e) | Je maakt een dagelijks/wekelijks overzicht van je taken en maakt een planning voor de uitvoering.<br>Je checkt op afwijkingen in de uitvoer en stelt plannen bij waar nodig.<br>Je noteert wekelijks je behaalde resultaten, obstakels en concrete stappen bij leerdoelen (inclusief tijdlijn) in het portfolio‑systeem. | Leerdoelen<br>SMART<br>Sprintplanning<br>Chunking<br>Studieomgeving<br>Dat zie je aan<br>Cornell methode[^1]<br>Timesheet<br>Leerdoel<br>SMART<br>Milestones |-| Motiveren en doorzetten (a, b) | Je start taken zelfstandig op.<br>Je overlegt met je coach bij startproblemen en zoekt samen naar oplossingen.<br>Je volhardt bij taken ondanks eerste obstakels en rondt het overgrote deel af. | Growth-mindset<br>Uitstelgedrag<br>Beloningsstrategien |-| Proactief leren (a, b) | Je stelt tijdens bijeenkomsten en coaching gerichte vragen over je eigen aanpak.<br>Je zoekt actief hulp als je vastloopt bij je werk.<br>Je maakt actief aantekeningen en structureert onderwerpen tijdens instructiemomenten en zelfstudie. | Cognitieve strategieën<br>Mindmap |-| Reflecteren (c) | Je beantwoordt gegeven reflectievragen over je aanpak en resultaat. | Reflectiemodel Korthagen |--## 2.1: Analyseren & Adviseren--### Context en communicatie--| **Sub-onderdeel** | **Dat zie je aan** | **Domeinkennis** |-| --- | --- | --- |-| Probleemverkenning en stakeholders herkennen (a) | Je legt in eigen woorden uit wat het doel van het product is en controleert dit.<br>Je onderscheidt feiten van aannames en geeft aan wat je nog niet weet.<br>Je benoemt de belangrijkste stakeholders voor het project en licht toe waarom zij belangrijk zijn. | Probleemanalyse<br>Doel van product<br>Scope/afbakening<br>Feiten vs aannames<br>Vraagstelling formuleren<br>Onzekerheid benoemen<br>Stakeholder, eindgebruiker, opdrachtgever<br>Stakeholderanalyse |-| Stakeholder‑ en behoefteanalyse (a, c) | Je maakt een overzicht van relevante gebruikers en stakeholders met hun belangrijkste kenmerken.<br>Je werkt de behoeften, wensen en pijnpunten van een gebruikersgroep uit en gebruikt dit voor ontwerpkeuzes en user stories.<br>Je houdt rekening met externe eisen (wet‑ en regelgeving, privacy/AVG) en koppelt user stories aan de gevonden behoeften. | Stakeholders, gebruikersgroepen<br>Behoeften,wensen en pijnpunten van gebruikers<br>User needs<br>Doelgroepanalyse<br>Requirements (eisen en wensen)<br>User stories<br>Acceptatiecriteria<br>Privacy , AVG |-| Samenwerken met stakeholders (b) | Je bereidt interviews, gesprekken en demo-momenten voor en bespreekt ideeën respectvol met betrokkenen.<br>Je doet behoefteonderzoek door gerichte vragen te stellen aan een groep gebruikers of stakeholders.<br>Je verifieert bewust aannames bij stakeholders en stelt kritische vragen als iets onduidelijk is. | Stakeholdermanagement<br>Interviewtechnieken<br>Actief luisteren<br>Sprint review<br>Feiten vs aannames<br>Impliciete vooronderstellingen<br>Kritische vragen stellen |-| Bevindingen en advies communiceren (e, f) | Je presenteert je analyse en aanbevelingen mondeling tijdens reviews, ondersteund met passende visualisaties (schetsen, diagrammen, slides).<br>Je legt in documentatie vast welke feedback je hebt gekregen, welke aanpassingen je hebt gedaan en hoe je dit bijhoudt in je project. | Productfeedback<br>Iteratief verbeteren<br>Requirements bijwerken<br>Versiebeheer<br>Wijzigingshistorie<br>Presentatie<br>Pitch<br>Reviewmoment<br>Rapportage<br>Documentatie |--### Kwaliteit--| **Sub-onderdeel** | **Dat zie je aan** | **Domeinkennis** |-| --- | --- | --- |-| Methodisch werken met TMC (d) | Je doorloopt herhaaldelijk denken‑maken‑testen (Think‑Make‑Check) met een eenvoudig prototype.<br>Je maakt testbare versies (bijv. schets, wireframe of klikdemo) en legt vast wat je in elke stap onderzoekt.<br>Je maakt een eenvoudig prototype (bijv. papieren schets, wireframe, klikdemo) dat past bij de behoeften van gebruikers. | Think‑Make‑Check (TMC‑proces)<br>Iteratief ontwikkelen<br>Gebruiker centraal (user centered design)<br>Prototype (low/medium fidelity)<br>Papieren schets, Wireframe/wireflow,<br>Klikdemo<br>Testscenario/takenscript |-| Testen en testresultaten verwerken (d, e) | Je test met (pseudo‑)gebruikers, observeert hun gebruik en noteert systematisch testscenario's en resultaten.<br>Je test een prototype met gebruikers, noteert verbeterpunten en verwerkt deze in een volgende versie.<br>Je beschrijft je belangrijkste testbevindingen en past deze toe in je ontwerp of product. | Gebruikerstest/guerillatest<br>Gebruikerstest met prototype<br>(Pseudo-) gebruiker Observatietest<br>Think‑aloud<br>Testnotitie/ testresultaat<br>Testbevindingen |--## 3.1: Ontwerpen & Realiseren--### Product ontwerpen--| **Sub-onderdeel** | **Dat zie je aan** | **Domeinkennis** |-| --- | --- | --- |-| Iteratief ontwerpen (g, h) | Je verbetert je ontwerp en product iteratief op basis van TMC-feedback.<br>Je maakt het TMC-proces zichtbaar in de documentatie en mondelinge toelichting. | Think‑Make‑Check (TMC‑proces)<br>Iteratief ontwerpen<br>Prototype verbeteren op basis van feedback, Ontwerpbeslissingen vastleggen<br>Sprint review |-| Gebruiker centraal (g) | Je maakt eenvoudige wireframes en UI die aansluiten bij het gebruikersonderzoek en testresultaten.<br>Je legt uit hoe inzichten over gebruikers zijn vertaald naar ontwerpkeuzes. | Gebruiker centraal<br>Gebruikersonderzoek, Scenario's/user flows<br>Usability<br>Wireframes (low‑fidelity)<br>Basis UI‑elementen (navigatie, knoppen, formulieren) Consistent ontwerp |-| Dataverzameling implementeren (e) | Je implementeert een eenvoudige dataverzameling of systeem met basiselementen (tabellen, kolommen, relaties). | Primary keys<br>Foreign keys<br>Surrogate keys<br>Structured Query Language (SQL) |--#### Product maken--| **Sub-onderdeel** | **Dat zie je aan** | **Domeinkennis** |-| --- | --- | --- |-| Web-technieken toepassen (a) | Je past HTML, CSS en basis‑JavaScript toe om een eenvoudige webpagina te maken.<br>Je legt uit hoe je webpagina is opgebouwd en waarom je deze oplossing hebt gekozen. | HTML/CSS<br>JavaScript<br>DOM<br>Structuur en opmaak van webpagina's<br>Responsief ontwerp (bijv. flexbox)<br>Front‑end |-| Programmeren en structureren (a, d) | Je schrijft procedurele code voor een eenvoudig probleem die voldoet aan gegeven eisen.<br>Je past procedurele principes toe (variabelen, expressies, condities, loops, functies en input/output) in een eenvoudig programma en onderbouwt je keuzes door de werking en logica uit te leggen.<br>Je bouwt je code overzichtelijk op met modules en functies die één duidelijke taak hebben, en hergebruikt code om duplicatie te voorkomen. | Computerarchitectuur<br>Computerinstructies<br>Machinecode en assembly<br>Programmeertaal<br>Variabelen en datatypes<br>Expressies<br>Operatoren<br>Conditie‑structuren (if/else)<br>Loops (for/while)<br>Functies/procedures Input/output<br>Modulair programmeren Modules en lagen<br>Functies met één verantwoordelijkheid (single responsibility)<br>DRY‑principe (geen duplicaat code)<br>Herbruikbare functies. |-| Ontwikkelen en debuggen (a, c, h) | Je richt een ontwikkelomgeving in en gebruikt deze consistent.<br>Je leest foutmeldingen in terminal en browserconsole, én debugt eenvoudige verbindingsproblemen met je hardware (bijvoorbeeld seriële verbinding), onderzoekt de oorzaak of vraagt om hulp.<br>Je lost met begeleiding bugs op.<br>Je koppelt invoer en uitvoer van je applicatie aan een eenvoudige relationele database en aan een hardware controller. | Ontwikkelomgeving (IDE)<br>Projectstructuur<br>Extensies/plugins<br>Terminal<br>Package manager<br>Startproject<br>Repository<br>Commit<br>Push/pull<br>Branch<br>Terminal en browserconsole<br>Debuggen: fouttypes (compile‑time, runtime), stack trace lezen, logging gebruiken en debugger (breakpoints) inzetten.<br>Trial‑and‑error<br>Technische documentatie<br>Relationele database<br>SQL‑basis: eenvoudige SELECT, INSERT, UPDATE, DELETE voor één tabel met WHERE‑filters.<br>Relaties: 1‑op‑veel en vreemde sleutel op hoofdlijnen (zonder geavanceerde normalisatie)<br>p5.js basis (schets, setup/draw)<br>WebSerial‑koppeling (conceptueel): seriële poort kiezen, verbinden, data lezen/schrijven |-| Product opleveren (b, f, h) | Je levert een interactieve webapp (eventueel in combinatie met een stuk hardware) die voldoet aan de gestelde eisen.<br>Je kunt toelichten hoe eisen en acceptatiecriteria, inclusief relevante security‑aspecten, zijn geïmplementeerd in je code en waarom je bepaalde keuzes hebt gemaakt. | Basisproduct/ minimale werkende versie (MVP)<br>Webapplicatie<br>Hosting versie/'release'<br>Definition of Done<br>Testen voor oplevering.<br>OWASP |--## 4.1: Managen & Samenwerken--### Intern (versiebeheer)--| **Sub-onderdeel** | **Dat zie je aan** | **Domeinkennis** |-| --- | --- | --- |-| Git gebruiken (a) | Je maakt regelmatig commits op de main branch.<br>Je kunt merge-conflicten onder begeleiding oplossen. | Git‑begrippen: repository, remote, branch, main, commit, merge<br>Basiscommando's: git add, commit, push, pull, merge, status<br>Merge‑conflict: oorzaak, conflictaanduidingen (\<\<\<\<\<\<\<, =======, \>\>\>\>\>\>\>), conflicten oplossen |-| Commit-messages schrijven (a) | Je schrijft korte, beschrijvende commit-berichten. | Commit message<br>Logische commits<br>Consistente schrijfstijl, Koppeling aan issue/story‑nummer |--### Professioneel samenwerken & kwaliteitsbesef--| **Sub-onderdeel** | **Dat zie je aan** | **Domeinkennis** |-| --- | --- | --- |-| SCRUM-events toepassen (b, c) | Je participeert actief in planning/review/retro.<br>Je draagt bij aan de voorbereiding op SCRUM-events. | Scrum events<br>Sprint<br>Sprint planning<br>Daily scrum/stand‑up<br>Sprint review<br>Sprint retrospective<br>Plannen van werk Afstemmen voortgang en blockers<br>Demo en feedback (review)<br>Leren en verbeter-afspraken maken (retro) |-| Werk verdelen met user stories (b, c) | Je pakt toegewezen werk op en stemt taken af met team.<br>Je wijst jezelf toe aan user stories en houdt tijdens je werk het sprint board up-to-date.<br>Je werkt aan user stories volgens de Definition of Done, markeert ze als "done" en verwerkt feedback uit issues waar nodig. | Scrum/Sprint board (to do -- doing -- verify -- done)<br>User stories<br>Verplaatsen op het bord.<br>Product & sprint backlog<br>User story<br>Taken bij user story, Definition of Done<br>"Done" markeren<br>Issues met feedback: Comments van teamgenoten Verbeteracties uitvoeren Terugkoppelen op het issue |-| Feedback geven/ontvangen (d, e) | Je geeft en ontvangt eenvoudige feedback tijdens events.<br>Je noteert feedback op issues en tijdens retrospectives. | Standup<br>Sprint Review<br>Retrospective<br>Feedback geven in issues<br>Eenvoudige feedbackmodellen |-| Kwaliteit bewaken (d, e) | Je checkt je eigen werk aan de hand van de Definition of Done en acceptatiecriteria en meldt issues als werk niet voldoet.<br>Je deelt complimenten en concrete verbeterpunten tijdens code reviews en verwerkt deze in verbeteracties. | Definition of Done (DoD)<br>Acceptatiecriteria per user story<br>Beschrijving van probleem, Verwijzen naar user story/commit<br>Complimenten (wat gaat goed)<br>Concrete verbeterpunten<br>Review‑comments |--[^1]: In domeinkennis worden soms specifieke methodes en technieken genoemd. Deze zullen in de loop van tijd veranderen, maar aankomend semester is hier onderwijs op ingericht. Het is belangrijk dat studenten weten wat deze methode en technieken betekenen en hoe ze hiermee werken.--[^2]: Deze security‑begrippen zijn bedoeld als kennismaking: studenten kunnen globaal uitleggen wat ze betekenen en waarom ze relevant zijn, maar hoeven de volledige frameworkdetails nog niet te beheersen in de propedeuse.
@@ -46,17 +46,17 @@ name_owner_meta_data: "Michiel" ## 3.1: Ontwerpen & Realiseren ### Product ontwerpen | **Sub-onderdeel** | **Dat zie je aan** | **Domeinkennis** | | --- | --- | --- | | Iteratief ontwerpen (g, h) | Je verbetert je ontwerp en product iteratief op basis van TMC-feedback.<br>Je maakt het TMC-proces zichtbaar in de documentatie en mondelinge toelichting. | Think‑Make‑Check (TMC‑proces)<br>Iteratief ontwerpen<br>Prototype verbeteren op basis van feedback, Ontwerpbeslissingen vastleggen<br>Sprint review | | Gebruiker centraal (g) | Je maakt eenvoudige wireframes en UI die aansluiten bij het gebruikersonderzoek en testresultaten.<br>Je legt uit hoe inzichten over gebruikers zijn vertaald naar ontwerpkeuzes. | Gebruiker centraal<br>Gebruikersonderzoek, Scenario's/user flows<br>Usability<br>Wireframes (low‑fidelity)<br>Basis UI‑elementen (navigatie, knoppen, formulieren) Consistent ontwerp |-| Modelleren toepassen (e) | Je modelleert een eenvoudige dataverzameling of systeem met basis ERD-elementen (entiteiten, attributen, relaties). | Entity‑Relationship Diagram (ERD)<br>Fysiek Db Diagram (EERD)<br>Entiteiten<br>Attributen<br>Relaties<br>Instanties<br>Cardinaliteit (1‑op‑1, 1‑op‑veel, veel‑op‑veel) |+| Dataverzameling implementeren (e) | Je implementeert een eenvoudige dataverzameling of systeem met basiselementen (tabellen, kolommen, relaties). | Primary keys<br>Foreign keys<br>Surrogate keys<br>Structured Query Language (SQL) | #### Product maken | **Sub-onderdeel** | **Dat zie je aan** | **Domeinkennis** | | --- | --- | --- | | Web-technieken toepassen (a) | Je past HTML, CSS en basis‑JavaScript toe om een eenvoudige webpagina te maken.<br>Je legt uit hoe je webpagina is opgebouwd en waarom je deze oplossing hebt gekozen. | HTML/CSS<br>JavaScript<br>DOM<br>Structuur en opmaak van webpagina's<br>Responsief ontwerp (bijv. flexbox)<br>Front‑end | | Programmeren en structureren (a, d) | Je schrijft procedurele code voor een eenvoudig probleem die voldoet aan gegeven eisen.<br>Je past procedurele principes toe (variabelen, expressies, condities, loops, functies en input/output) in een eenvoudig programma en onderbouwt je keuzes door de werking en logica uit te leggen.<br>Je bouwt je code overzichtelijk op met modules en functies die één duidelijke taak hebben, en hergebruikt code om duplicatie te voorkomen. | Computerarchitectuur<br>Computerinstructies<br>Machinecode en assembly<br>Programmeertaal<br>Variabelen en datatypes<br>Expressies<br>Operatoren<br>Conditie‑structuren (if/else)<br>Loops (for/while)<br>Functies/procedures Input/output<br>Modulair programmeren Modules en lagen<br>Functies met één verantwoordelijkheid (single responsibility)<br>DRY‑principe (geen duplicaat code)<br>Herbruikbare functies. | | Ontwikkelen en debuggen (a, c, h) | Je richt een ontwikkelomgeving in en gebruikt deze consistent.<br>Je leest foutmeldingen in terminal en browserconsole, én debugt eenvoudige verbindingsproblemen met je hardware (bijvoorbeeld seriële verbinding), onderzoekt de oorzaak of vraagt om hulp.<br>Je lost met begeleiding bugs op.<br>Je koppelt invoer en uitvoer van je applicatie aan een eenvoudige relationele database en aan een hardware controller. | Ontwikkelomgeving (IDE)<br>Projectstructuur<br>Extensies/plugins<br>Terminal<br>Package manager<br>Startproject<br>Repository<br>Commit<br>Push/pull<br>Branch<br>Terminal en browserconsole<br>Debuggen: fouttypes (compile‑time, runtime), stack trace lezen, logging gebruiken en debugger (breakpoints) inzetten.<br>Trial‑and‑error<br>Technische documentatie<br>Relationele database<br>SQL‑basis: eenvoudige SELECT, INSERT, UPDATE, DELETE voor één tabel met WHERE‑filters.<br>Relaties: 1‑op‑veel en vreemde sleutel op hoofdlijnen (zonder geavanceerde normalisatie)<br>p5.js basis (schets, setup/draw)<br>WebSerial‑koppeling (conceptueel): seriële poort kiezen, verbinden, data lezen/schrijven |